Law library and case analysis · Austria · Belgium · European Union
LAWxPERT Sign in Free account

Wet op het financieel toezicht · Wet op het financieel toezicht

Wet op het financieel toezicht Art. 3:111aa

Afdeling 3.5.1 Bijzondere maatregelen ten aanzien van banken, beleggingsondernemingen, betaalinstellingen, elektronischgeldinstellingen, financiële holdings en gemengde financiële holdings

In forceOfficial text

1 Op grond van de evaluatie, bedoeld in artikel 3:18a , bepaalt de Nederlandsche Bank voor een bank of beleggingsonderneming onder de verordening kapitaalvereisten de hoogte, samenstelling en verdeling van het toetsingsvermogen dat zij passend vindt, en stelt zij, voor zover nodig, met het oog daarop een richtsnoer op en deelt die mede aan de bank of beleggingsonderneming. Ze neemt daarbij artikel 104 ter, derde tot en met vierde lid bis, van de richtlijn kapitaalvereisten in acht.

2 Indien aan een bank of beleggingsonderneming een richtsnoer is medegedeeld op grond van het eerste lid en zij hieraan navolging geeft, neemt zij daarbij de voorwaarden in artikel 104 ter, vijfde lid, van de richtlijn kapitaalvereisten in acht.

Amendment history
  • In werking sinds 2026-09-22