Law library and case analysis · Austria · Belgium · European Union
LAWxPERT Sign in Free account

Wet op het financieel toezicht · Wet op het financieel toezicht

Wet op het financieel toezicht Art. 3:4

Hoofdstuk 3.1 Inleidende bepalingen

In forceOfficial text

1 Een ieder met zetel in Nederland die, geen bank zijnde, zijn bedrijf maakt van: a. het ter beschikking verkrijgen van opvorderbare gelden, anders dan van het publiek, en van het voor eigen rekening verrichten van kredietuitzettingen; of b. het ter beschikking verkrijgen van opvorderbare gelden en van het voor eigen rekening verrichten van beleggingen, niet zijnde kredietuitzettingen, kan bij de Nederlandsche Bank een vergunning aanvragen voor het uitoefenen van dat bedrijf. De artikelen 2:12 en 2:13 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de Nederlandsche Bank geen ontwerpbesluit opstelt maar een vergunning verleent.

2 Op degene met een vergunning, verleend op grond van het eerste lid, is hetgeen krachtens de richtlijn kapitaalvereisten en bij of krachtens de verordening kapitaalvereisten met betrekking tot kredietinstellingen in de zin van die verordening is bepaald, van overeenkomstige toepassing. Afdeling 2.3.2 en hoofdstuk 3A.1 zijn niet van toepassing.

Amendment history
  • In werking sinds 2024-09-06