Uitvoeringsregeling visserij · Uitvoeringsregeling visserij
Uitvoeringsregeling visserij Art. 10a
§ 2.3 Administratieverplichtingen
1 Een visser die gebruik maakt van de vistuigen, genoemd in artikel 32a, eerste lid , met uitzondering van onderdeel h, doet wekelijks uiterlijk op dinsdag om 24.00 uur opgave aan de Minister van zijn aalvangsten en zijn visserij-inspanning in de voorafgaande week. Uit deze opgave blijkt: a. de naam van de visser; b. de hoeveelheid aal in kilogram, onderscheiden naar het soort vistuig, bedoeld in onderdeel d, waarmee het is gevangen; c. de herkomst van de aal; d. het aantal en het soort vistuigen waarmee de visser in de betreffende week op aal heeft gevist.
2 De opgave geschiedt op een door de Minister beschikbaar te stellen format.
3 In afwijking van het eerste lid kan een visser die in een bepaalde periode geen gebruik maakt van de vistuigen genoemd in artikel 32a, eerste lid , hiervan voorafgaand aan die periode opgave doen.
4 Van de verplichting uit het eerste lid zijn uitgezonderd diegenen, die op grond van artikel 104, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij alle aalvangsten registreren.
Amendment history
- In werking sinds 2015-06-01