Uitvoeringsregeling visserij · Uitvoeringsregeling visserij
Uitvoeringsregeling visserij Art. 36
§ 4.1 Algemeen
1 De in de artikelen 12 , 17, onderdelen b, c en d , 19 , 21 , 32a, eerste en tweede lid , en 32b, tweede lid , gestelde verboden, gelden niet voor degene, die is voorzien van een vergunning van de Minister.
2 Een vergunning als bedoeld in het eerste lid voor de visserij in het zeegebied en de kustwateren met een vistuig als genoemd in artikel 12 , wordt na 31 december 2010 niet verleend voor de recreatieve visserij.
3 Een vergunning als bedoeld in het eerste lid voor het gebruik van de vistuigen, genoemd in artikel 32a, eerste lid , wordt enkel verleend indien de vangst van aal met de desbetreffende vistuigen aantoonbaar beperkt is.
Amendment history
- In werking sinds 2025-08-26