Regeling informatieverstrekking pensioenfondsen BES Art. 2.3Indieningstermijn en -frequentie
Hoofdstuk 2 Kwartaalstaten
1 Een pensioenfonds verstrekt de in artikel 2.1 bedoelde kwartaalstaten met de volgende frequentie aan de Bank: a. staat K101, gegevens betreffende de dekkingsgraad: elk kalenderkwartaal; b. staten K201 tot en met K205, gegevens betreffende de specificatie van de beleggingen: elk kalenderkwartaal; c. staat K401, premiegegevens over het nieuwe jaar: elk vierde kalenderkwartaal; d. staten K500 tot en met K502, gegevens betreffende de toepassing van een herstelplan: elk vierde kalenderkwartaal; e. staat K601, indexatiegegevens: elk vierde kalenderkwartaal; f. staat K602, gegevens betreffende de kenmerken van de door het pensioenfonds uitgevoerde pensioenregeling of pensioenregelingen: elk vierde kalenderkwartaal; of, in geval van wijziging van de door het pensioenfonds uitgevoerde pensioenregeling of pensioenregelingen: elk kalenderkwartaal.
2 Het fonds waarborgt dat de in artikel 2.1 bedoelde gegevens uiterlijk dertig werkdagen na afloop van het desbetreffende kalenderkwartaal zijn ontvangen door de Bank.