Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 20 Art. 39
Afdeling 3.2 Bijzondere procedures voor een vergunning op verzoek
1 Als categorie van genetisch gemodificeerde organismen als bedoeld in artikel 3.24, eerste lid, van het Besluit , met betrekking waartoe op verzoek van de aanvrager de procedure voor het verlenen van een vergunning onder vaste voorschriften wordt toegepast, wordt aangewezen: genetisch gemodificeerde aardappelzetmeelrassen met een amylosevrij fenotype dat het gevolg is van de aanwezigheid in de aardappelplant van één of meer van de volgende sequenties: a. delen van het korrelgebonden zetmeelsynthase (kgz) gen van aardappel, in sense of antisense oriëntatie; b. de merker genen nptII en ahas ; c. alle knolspecifieke promotoren van aardappel; d. de NOS terminator van R. radiobacter (voorheen bekend als A. tumefaciens) , onder de voorwaarde dat is aangetoond dat de vectorbackbone in de aardappelplant afwezig is.
2 De toepassing van de procedure, aangegeven in de artikelen 3.25 en 3.26 van het Besluit , is voor de in het eerste lid aangewezen categorie van genetisch gemodificeerde organismen beperkt tot veldproeven met een totale omvang van ten hoogste 10 hectare per jaar.