Onderlinge regeling Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Nederlan Art. 6Beslissing
1 De Minister van Justitie van het aangezochte land beslist na ontvangst van het advies van de Procureur-Generaal of de door de Minister van Justitie daartoe aangewezen dienst over de toewijsbaarheid van het verzoek op basis van de in artikel 3 genoemde gronden. Artikel 4, tweede en derde lid , zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de Minister van Justitie van het verzoekende land in kennis wordt gesteld.
2 Toewijzing van het verzoek heeft tot gevolg dat het verzoekende land bevoegd is tot overdracht van de tenuitvoerlegging.