Regeling langdurige zorg · Regeling langdurige zorg
Regeling langdurige zorg Art. 5.13a
§ 4 De hoogte van het persoonsgebonden budget
1 Het zorgkantoor verhoogt het persoonsgebonden budget voor de jaren 2026 en 2027 indien: a. de verzekerde met een zorgverlener een arbeidsovereenkomst heeft gesloten die vóór 1 januari 2026 is ingegaan en na die datum is voortgezet; en b. de arbeidsverhouding op de ingangsdatum van de arbeidsovereenkomst ingevolge artikel 6, eerste lid, onderdeel c, van de Werkloosheidswet , artikel 6, eerste lid, onderdeel c, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering , artikel 6, eerste lid, onderdeel c, van de Ziektewet en artikel 5, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 niet als dienstbetrekking werd beschouwd.
2 Het zorgkantoor verhoogt het persoonsgebonden budget ten behoeve van de premies die de verzekerde ingevolge de Werkloosheidswet , de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering , de Ziektewet en de Wet op de loonbelasting 1964 verschuldigd is of zou zijn wanneer de arbeidsverhouding wel als dienstbetrekking wordt of zou worden beschouwd.
3 Het zorgkantoor neemt bij de verhoging als uitgangspunt de over het voorgaande jaar ingediende declaraties.
Amendment history
- In werking sinds 2026-05-30