Tijdelijke stimuleringsregeling slim, veilig, doelmatig en d Art. 3Activiteiten waarvoor een specifieke uitkering kan worden verstrekt
1 Met het oog op het in artikel 2 genoemde doel kan de minister op aanvraag een specifieke uitkering verstrekken voor: a. organisatorische en technische inbedding van levering van actuele en betrouwbare data voor digitale mobiliteitsdiensten en het data-gedreven uitvoeren van overheidstaken in het mobiliteitsdomein en daarop gerichte planvorming; b. bevordering van vermindering van gebruik van het openbaar vervoer en individueel vervoer tijdens de spitsuren; c. ondersteuning bij kennisuitwisseling en planvorming door werkgevers en advisering aan werkgevers in verband met verduurzaming en slimmer maken van woon-werkmobiliteit en zakelijk mobiliteit; d. ondersteuning bij de uitvoering van de Fietsambitie 2022–2025; e. ondersteuning bij het doen van onderzoek en het opstellen en laten uitvoeren van plannen ten behoeve van de ontwikkeling van keten- en deelmobiliteit; f. advisering over en ondersteuning bij het opstellen van een regionaal plan van aanpak voor verkeer en vervoer van goederen gericht op verbetering van de bereikbaarheid en vermindering van CO 2 -emissie en advisering over en ondersteuning bij de uitvoering van dat plan van aanpak; g. het realiseren van fysieke infrastructurele aanpassingen van lokale of regionale aard; h. het verrichten van onderzoek ten behoeve van een veilig, slim en duurzaam gebruik van lokale en regionale mobiliteitsinfrastructuur; i. ondersteuning, organisatie en uitvoering van een aanpak, gericht op het gebiedsgericht beperken van de hinder van infrastructurele werkzaamheden door in te zetten op slim plannen en slim reizen; j. de ondersteuning van het samenwerkingsverband ‘Clean Energy Hubs’ gericht op de uitrol van alternatieve laad- en tankinfrastructuur in NL.
2 De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, maken deel uit van een maatregel of maatregelenpakket waarover in een afsprakenlijst afspraken over de financiering zijn gemaakt en voldoen aan de volgende criteria: a. ze dienen een nationaal belang; b. ze hebben uitsluitend betrekking op de aanleg, de aanpassing of het gebruik van lokale of regionale mobiliteitsinfrastructuur; c. ze komen niet in aanmerking voor een specifieke uitkering op grond van de Regeling specifieke uitkeringen lokale en regionale MIRT-projecten en MIRT-projectpakketten .