Regeling specifieke uitkeringen Wet gemeentelijke taak mogel Art. 4Hoogte van de uitkeringen
Hoofdstuk 3 Specifieke uitkeringen
1 De uitkering, bedoeld in artikel 9, tweede lid, onderdeel a, van de wet bedraagt per opvangplaats van bijzondere aard € 2.000.
2 De uitkering, bedoeld in artikel 9, tweede lid, onderdeel b, van de wet bedraagt per duurzame opvangplaats € 2.000 indien tenminste 100 opvangplaatsen worden ingediend en € 1.000 indien minder dan 100 opvangplaatsen worden ingediend.
3 De uitkering, bedoeld in artikel 9, derde lid, van de wet bedraagt per opvangplaats € 1.500.
4 De uitkering, bedoeld in het derde lid, wordt volgens een vaste verdeling van 15% voor de provincie en 85% voor de gemeenten verstrekt. Deze uitkering wordt tussen de gemeenten verdeeld naar rato van het aantal opvangplaatsen dat geboden is en het aantal maanden waarvoor deze opvangplaatsen beschikbaar zijn gesteld.