Law library and case analysis · Austria · Belgium · European Union
LAWxPERT Sign in Free account

NL · Regeling bemanning zeeschepen

Regeling bemanning zeeschepen

In force275 articlesText checked on 24 Oct 2026

Contents

  1. Hoofdstuk 1 Definities en reikwijdte
  2. Art. 1.1 Begripsbepalingen
  3. Art. 1.2 Personen niet aangemerkt als zeevarenden
  4. Art. 1.3 Niet commercieel gebruikte zeeschepen
  5. Art. 1.4 Uitzondering zeeschepen niet-continue vaart
  6. Art. 1.5 Uitzondering zeeschepen ingezet door de politie of een organisatie belast met toezicht op de naleving van regelgeving en belast met het opsporen van strafbare feiten in de territoriale zone, met een lengte van minder dan 12 meter
  7. Art. 1.6 Vrijstelling garnalenkotters 48-uursregeling
  8. Art. 1.7 Vrijstelling garnalenkotters 12-uursregeling
  9. Art. 1.8 Vrijstelling schelpdiervaartuigen voor de vaart tussen het Waddengebied en de Oosterschelde
  10. Art. 1.9 Vrijstelling schelpdiervaartuigen daglichtregeling
  11. Paragraaf 2.1 Bemanning
  12. Art. 2.1.1 Gegevens bemanningsplan
  13. Art. 2.1.2 Gegevens bemanningscertificaat vissersvaartuig
  14. Art. 2.1.3 Bemanningslijst
  15. Paragraaf 2.2 Nationaliteit kapitein
  16. Art. 2.2.1 Vrijstelling buitenlandse kapiteins handelsvaart en zeegaande waterbouw
  17. Art. 2.2.2 Bewijs van toestemming
  18. Art. 2.2.3 Aanwezigheid bewijs van toestemming
  19. Art. 2.2.4 Vrijstelling nationaliteitseis schippers vissersvaartuigen
  20. Art. 2.2.5 Informatie over de arbeidsmarkt voor Nederlandse zeevarenden
  21. Art. 2.2.6 Vervanging van privaatrechtelijke regelingen
  22. Paragraaf 2.3 Monsterboekje of alternatieve diensttijdverklaring
  23. Art. 2.3.1 Afgifte monsterboekje
  24. Art. 2.3.2 Bewijsstukken bij verzoek monsterboekje
  25. Art. 2.3.3 Aantekeningen monsterboekje of een alternatieve diensttijdverklaring
  26. Art. 2.3.4 Verlies monsterboekje
  27. Art. 2.3.5 Personen naast de kapitein bevoegd tot het maken van aantekeningen
  28. Art. 2.3.6 Teruggave monsterboekje
  29. Paragraaf 3.1 Algemene bepalingen
  30. Art. 3.1.1 Afgifte vaarbevoegdheidsbewijs of bekwaamheidsbewijs
  31. Art. 3.1.2 Relevante diensttijd
  32. Art. 3.1.3 Diensttijd maritiem officier
  33. Art. 3.1.4 Diensttijd verschillende sectoren bij vernieuwing vaarbevoegdheidsbewijs
  34. Art. 3.1.5 Diensttijd bij vernieuwing bekwaamheidsbewijs
  35. Art. 3.1.6 Vergelijkbare functies
  36. Art. 3.1.7 Erkenning van buitenlandse vaarbevoegdheidsbewijzen en bekwaamheidsbewijzen
  37. Art. 3.1.8 Bewijs van aanvraag om erkenning van een vaarbevoegdheidsbewijs
  38. Paragraaf 3.2 Vaarbevoegdheidsbewijzen zeeschepen, niet zijnde zeilschepen
  39. Art. 3.2.1 Vaarbevoegdheid zeeschepen, niet zijnde zeilschepen minder dan 500 GT
  40. Paragraaf 3.3 Bijzondere beroepseisen bepaalde scheepstypen en afgifte bekwaamheidsbewijzen
  41. Art. 3.3.1 Bekwaamheidsbewijs basis ladingbehandeling olie- en chemicaliëntankschepen
  42. Art. 3.3.2 Bekwaamheidsbewijs ladingbehandeling olietankschepen voor gevorderden
  43. Art. 3.3.3 Bekwaamheidsbewijs ladingbehandeling chemicaliëntankschepen voor gevorderden
  44. Art. 3.3.4 Bekwaamheidsbewijs basis ladingbehandeling gastankschepen
  45. Art. 3.3.5 Bekwaamheidsbewijs ladingbehandeling gastankschepen voor gevorderden
  46. Art. 3.3.6 Schriftelijk bewijs dienstverlening aan passagiers
  47. Art. 3.3.7 Bekwaamheidsbewijs of schriftelijk bewijs groepsbegeleiding
  48. Art. 3.3.8 Bekwaamheidsbewijs of schriftelijk bewijs crisisbeheersing en menselijk gedrag
  49. Art. 3.3.9 Bekwaamheidsbewijs of schriftelijk bewijs passagiersveiligheid, ladingveiligheid en waterdichtheid van de scheepsromp
  50. Art. 3.3.10 Bekwaamheidsbewijs basistraining IGF-code
  51. Art. 3.3.11 Bekwaamheidsbewijs gevorderdentraining IGF-code
  52. Art. 3.3.12 Bekwaamheidsbewijs basistraining Polar-code voor zeeschepen die in polaire wateren varen
  53. Art. 3.3.13 Bekwaamheidsbewijs gevorderdentraining Polar-code voor zeeschepen die in polaire wateren varen
  54. Art. 3.3.14 Bekwaamheidsbewijs type rating HSC
  55. Art. 3.3.15 Bekwaamheidsbewijs stoomvoortstuwing
  56. Art. 3.3.16 Bekwaamheidsbewijs gasturbinevoortstuwing
  57. Paragraaf 3.4 Kennisbewijzen officieren en bekwaamheidsbewijzen gezel
  58. Art. 3.4.1 Kennisbewijs hoger maritiem officier alle zeeschepen of middelbaar maritiem officier alle zeeschepen
  59. Art. 3.4.2 Kennisbewijs stuurman-werktuigkundige kleine zeeschepen
  60. Art. 3.4.3 Kennisbewijs stuurman alle zeeschepen en stuurman waterbouw
  61. Art. 3.4.4 Kennisbewijs wachtstuurman tot 3.000 GT
  62. Art. 3.4.5 Kennisbewijs scheepswerktuigkundige alle zeeschepen en scheepswerktuigkundige waterbouw
  63. Art. 3.4.6 Kennisbewijs wachtwerktuigkundige tot 3.000 kW
  64. Art. 3.4.7 Kennisbewijs schipper-machinist beperkt werkgebied
  65. Art. 3.4.8 Kennisbewijs officier elektrotechniek alle zeeschepen
  66. Art. 3.4.9 Kennisbewijs gezel elektrotechniek alle zeeschepen
  67. Art. 3.4.10 Kennisbewijs gekwalificeerd gezel dek alle zeeschepen
  68. Art. 3.4.11 Kennisbewijs gekwalificeerd gezel machinekamer alle zeeschepen
  69. Art. 3.4.12 Kennisbewijs gekwalificeerd gezel dek en machinekamer alle zeeschepen
  70. Art. 3.4.13 Kennisbewijs wachtlopend gezel dek alle zeeschepen
  71. Art. 3.4.14 Kennisbewijs wachtlopend gezel machinekamer alle zeeschepen
  72. Art. 3.4.15 Kennisbewijs wachtlopend gezel dek en machinekamer alle zeeschepen
  73. Art. 3.4.16 Kennisbewijs stuurman-werktuigkundige vissersvaartuigen SW4
  74. Art. 3.4.17 Kennisbewijs stuurman vissersvaartuigen S4
  75. Art. 3.4.18 Kennisbewijs werktuigkundige alle vissersvaartuigen W4
  76. Art. 3.4.19 Kennisbewijs stuurman-werktuigkundige vissersvaartuigen SW5
  77. Art. 3.4.20 Kennisbewijs stuurman-werktuigkundige vissersvaartuigen SW6
  78. Art. 3.4.21 Bekwaamheidsbewijs stuurman grote zeilvaart
  79. Art. 3.4.22 Bekwaamheidsbewijs stuurman kleine zeilvaart
  80. Art. 3.4.23 Kennisbewijs hoger Maritiem officier (semi-duaal) – uitstroom nautisch
  81. Art. 3.4.24 Kennisbewijs hoger Maritiem officier (semi-duaal) – uitstroom technisch
  82. Art. 3.4.25 Kennisbewijs hoger Maritiem officier (semi-duaal) – uitstroom technisch en ETO
  83. Art. 3.4.26 Kennisbewijs middelbaar maritiem officier alle zeeschepen, semi-duaal – uitstroom nautisch koopvaardij en waterbouw
  84. Art. 3.4.27 Kennisbewijs middelbaar maritiem officier alle zeeschepen, semi-duaal – uitstroom nautisch visserij
  85. Art. 3.4.28 Kennisbewijs middelbaar maritiem officier alle zeeschepen, semi-duaal – uitstroom technisch
  86. Art. 3.4.29 Kennisbewijs maritiem officier kleine zeeschepen, semi-duaal – uitstroom nautisch koopvaardij
  87. Art. 3.4.30 Kennisbewijs maritiem officier kleine zeeschepen, semi-duaal – uitstroom nautisch visserij
  88. Art. 3.4.31 Kennisbewijs maritiem officier kleine zeeschepen, semi-duaal – uitstroom technisch
  89. Art. 3.4.32 Kennisbewijs MBO-keuzedeel STCW ladingbehandeling en stuwage management niveau
  90. Art. 3.4.33 Kennisbewijs MBO-keuzedeel visserij
  91. Paragraaf 3.5 Aanvullende beroepseisen en afgifte bekwaamheidsbewijzen
  92. Art. 3.5.1 Bekwaamheidsbewijs basisveiligheid
  93. Art. 3.5.2 Bekwaamheidsbewijs basisveiligheid voor vissers
  94. Art. 3.5.3 Bekwaamheidsbewijs reddingmiddelen
  95. Art. 3.5.4 Bekwaamheidsbewijs snelle hulpverleningsboten
  96. Art. 3.5.5 Bekwaamheidsbewijs brandbestrijding voor gevorderden
  97. Art. 3.5.6 Bekwaamheidsbewijs medische eerste hulp aan boord
  98. Art. 3.5.7 Bekwaamheidsbewijs medische zorg aan boord
  99. Art. 3.5.8 Bekwaamheidsbewijs scheepsbeveiligingsfunctionaris
  100. Art. 3.5.9 Bekwaamheidsbewijs uitvoering beveiligingstaken
  101. Art. 3.5.10 Bekwaamheidsbewijs bewustwording scheepsbeveiliging
  102. Art. 3.5.11 Bekwaamheidsbewijs scheepskok
  103. Art. 3.5.12 Bekwaamheidsbewijs wetgeving en openbaar gezag
  104. Art. 3.5.13 Bekwaamheidsbewijs scheepsmanagement-N
  105. Art. 3.5.14 Bekwaamheidsbewijs scheepsmanagement-W
  106. Art. 3.5.15 Bekwaamheidsbewijs aanvulling-N voor reizen nabij de kust (EEZ)
  107. Art. 3.5.16 Bekwaamheidsbewijs aanvulling-W voor reizen nabij de kust (EEZ)
  108. Paragraaf 3.6 Medische geschiktheid
  109. Art. 3.6.1 Eisen keuringsarts
  110. Art. 3.6.2 Bij keuring over te leggen en te controleren bescheiden
  111. Art. 3.6.3 Keuring en geneeskundig onderzoek
  112. Art. 3.6.4 Specialistisch rapport of deelonderzoek
  113. Art. 3.6.5 Afgifte geneeskundige verklaring bij goedkeuring
  114. Art. 3.6.6 Verklaring van medische ongeschiktheid
  115. Art. 3.6.7 Herkeuring
  116. Art. 3.6.8 Handelwijze medisch scheidsrechter bij herkeuring
  117. Paragraaf 3.7 Erkenning maritieme trainingsinstituten en trainingen
  118. Art. 3.7.1 Algemeen
  119. Art. 3.7.2 De aanvraag tot erkenning van een instituut
  120. Art. 3.7.3 Beoordeling van de aanvraag
  121. Art. 3.7.4 Aanvullende eisen
  122. Art. 3.7.5 Erkennen van een training
  123. Art. 3.7.6 Derden
  124. Art. 3.7.7 Simulatoren
  125. Art. 3.7.8 Reddingmiddelen en trainingsmiddelen
  126. Art. 3.7.9 Het intrekken van de erkenning
  127. Art. 3.7.10 Administratieve bepaling
  128. Paragraaf 3.8 Bemanning zeilschepen minder dan 500 GT
  129. Art. 3.8.1 Afgifte en vernieuwen vaarbevoegdheidsbewijs voor het dienstdoen op zeilschepen van minder dan 500 GT
  130. Art. 3.8.2 Vernieuwen vaarbevoegdheidsbewijs bij verstrijken geldigheid of onvoldoende diensttijd
  131. Art. 3.8.3 Verloren gegaan vaarbevoegdheidsbewijs
  132. Art. 3.8.4 Bekwaamheidsbewijzen en diensttijd
  133. Art. 3.8.5 Vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie kapitein zeilvaart met de beperking tot zeilschepen van minder dan 500 GT op reizen in vaargebied I
  134. Art. 3.8.6 Vaarbevoegdheidsbewijs als wachtstuurman zeilvaart met de beperking tot zeilschepen van minder dan 500 GT op reizen in de vaargebieden III en IV
  135. Art. 3.8.7 Vaarbevoegdheidsbewijs als wachtstuurman zeilvaart
  136. Art. 3.8.8 Vaarbevoegdheidsbewijs als gezel zeilvaart
  137. Art. 3.8.9 Landelijk Examenbureau voor de Beroepszeilvaart
  138. Paragraaf 3.9 Beroepsvereisten Caribisch-Nederlandse schepen
  139. Art. 3.9.1 Bemanningscertificaat internationaal varend Caribisch-Nederlands schip
  140. Art. 3.9.2 Bemanning internationaal varend Caribisch-Nederlands schip
  141. Art. 3.9.3 Regels aangaande de medische geschiktheid
  142. Art. 3.9.4 Kapitein lokaal varend Caribisch-Nederlands schip
  143. Art. 3.9.5 Beoordeling door keuringsarts
  144. Art. 3.9.6 Model SCV-certificaten
  145. Art. 3.9.7 Model Verklaring medische geschiktheid lokaal varende Caribisch-Nederlandse zeeschepen
  146. Art. 3.9.8 Buitenlandse certificaten
  147. Paragraaf 4.1 Huisvesting en voorzieningen ten behoeve van zeevarenden aan boord van een zeeschip met een kiellegdatum van op of na 20 augustus 2013, niet zijnde een vissersvaartuig
  148. Art. 4.1.1 Reikwijdtebepaling
  149. Art. 4.1.2 Verblijven voor zeevarenden
  150. Art. 4.1.3 Ontheffingen verblijven
  151. Art. 4.1.4 Slaapverblijven
  152. Art. 4.1.5 Wezenlijk gelijkwaardige bepalingen voor slaapverblijven op commerciële jachten
  153. Art. 4.1.6 Wezenlijk gelijkwaardige bepalingen voor slaapverblijven op een zeeschip van minder dan 500 GT
  154. Art. 4.1.7 Wezenlijk gelijkwaardige bepaling voor slaapverblijven op een passagierschip of een zeeschip voor bijzondere doeleinden
  155. Art. 4.1.8 Ontheffingen en afwijkende voorschriften slaapverblijven
  156. Art. 4.1.9 Dagverblijven
  157. Art. 4.1.10 Ontheffingen en afwijkende voorschriften dagverblijven
  158. Art. 4.1.11 Sanitaire voorzieningen
  159. Art. 4.1.12 Ontheffingen en afwijkende voorschriften sanitaire voorzieningen
  160. Art. 4.1.13 Ziekenverblijven
  161. Art. 4.1.14 Recreatieve voorzieningen
  162. Art. 4.1.15 Ontheffing zwembad
  163. Art. 4.1.16 Diverse voorzieningen
  164. Art. 4.1.17 Ontheffingen kantoren en wasvoorzieningen
  165. Art. 4.1.18 Ontheffing wegens gewoonten zeevarenden
  166. Art. 4.1.19 Voorzieningen voor opslag en bereiding van voedsel en drinkwater
  167. Art. 4.1.20 Gebruikte materialen
  168. Art. 4.1.21 Gebruiksvoorschriften verblijven
  169. Art. 4.1.22 Gebruik van recreatieve voorzieningen
  170. Art. 4.1.23 Raadplegen richtlijn
  171. Art. 4.1.24 Afwijking op basis van wezenlijke gelijkwaardigheid
  172. Art. 4.1.25 Procedure bij bouw of verbouw zeeschip
  173. Paragraaf 4.2 Huisvesting en voorzieningen ten behoeve van zeevarenden aan boord van een zeeschip van voor 20 augustus 2013 of een traditioneel zeeschip
  174. Art. 4.2.1 Reikwijdte
  175. Art. 4.2.2 Plaats en algemene inrichting van de verblijven
  176. Art. 4.2.3 Algemene eisen dag- en slaapverblijven
  177. Art. 4.2.4 Algemene eisen ten aanzien ruimten voor sanitaire doeleinden, ziekenverpleging en ontspanning, bestemd voor gebruik door de zeevarenden
  178. Art. 4.2.5 Luchtbehandelingsinstallatie
  179. Art. 4.2.6 Verwarming en ventilatie
  180. Art. 4.2.7 Verlichting
  181. Art. 4.2.8 Slaapverblijven
  182. Art. 4.2.9 Eisen slaapverblijven en slaapplaatsen
  183. Art. 4.2.10 Dagverblijven
  184. Art. 4.2.11 Ontspanningsruimten
  185. Art. 4.2.12 Badkuipen, douches, wastafels en toiletten
  186. Art. 4.2.13 Eisen sanitaire voorzieningen
  187. Art. 4.2.14 Wassen en drogen van kleding, opbergen van oliegoed
  188. Art. 4.2.15 Ziekenverblijf en ziekenkooi
  189. Art. 4.2.16 Diversen
  190. Art. 4.2.17 Ontheffing of vrijstellingen
  191. Art. 4.2.18 Uitsluiting oude zeeschepen
  192. Art. 4.2.19 Bijzondere voorzieningen voor oude zeeschepen
  193. Paragraaf 4.3 Voeding en drinkwater ten behoeve van zeevarenden aan boord van een zeeschip, niet zijnde een vissersvaartuig
  194. Art. 4.3.1 Reikwijdte
  195. Art. 4.3.2 Voeding
  196. Art. 4.3.3 Drinkwater
  197. Art. 4.3.4 Peilen van drinkwatertanks
  198. Art. 4.3.5 Zout- en zoetwaterkranen
  199. Art. 4.3.6 Maximale hoeveelheid sterke drank
  200. Art. 4.3.7 Inspectie
  201. Paragraaf 4.4 Huisvesting, voorzieningen, voeding en drinkwater ten behoeve van vissers aan boord van een vissersvaartuig van na 15 november 2019
  202. Art. 4.4.1 Reikwijdte
  203. Art. 4.4.2 Stahoogte
  204. Art. 4.4.3 Openingen naar en tussen verblijfsruimten
  205. Art. 4.4.4 Isolatie verblijfsruimten
  206. Art. 4.4.5 Maatregelen tegen vliegen en andere insecten
  207. Art. 4.4.6 Ventilatie
  208. Art. 4.4.7 Verwarming en airconditioning
  209. Art. 4.4.8 Verlichting
  210. Art. 4.4.9 Noodverlichting
  211. Art. 4.4.10 Effecten bewegingen vissersvaartuig op slaapverblijven
  212. Art. 4.4.11 Vloeroppervlak slaapverblijven
  213. Art. 4.4.12 Aantal personen per slaapverblijf
  214. Art. 4.4.13 Slaapverblijven voor officieren
  215. Art. 4.4.14 Kooien
  216. Art. 4.4.15 Comfort slaapverblijven
  217. Art. 4.4.16 Eetverblijven
  218. Art. 4.4.17 Afmetingen en uitrusting eetverblijven
  219. Art. 4.4.18 Aanwezigheid sanitaire voorzieningen
  220. Art. 4.4.19 Eisen sanitaire voorzieningen
  221. Art. 4.4.20 Wasvoorzieningen
  222. Art. 4.4.21 Voorzieningen voor zieke en gewonde vissers
  223. Art. 4.4.22 Overige voorzieningen
  224. Art. 4.4.23 Beddengoed, eetgerei en overige verstrekkingen
  225. Art. 4.4.24 Recreatievoorzieningen
  226. Art. 4.4.25 Communicatievoorzieningen
  227. Art. 4.4.26 Kombuis
  228. Art. 4.4.27 Opslag butaan-propaan voor het koken
  229. Art. 4.4.28 Opslagvoorzieningen voor levensmiddelen
  230. Art. 4.4.29 Voeding en drinkwater
  231. Art. 4.4.30 Hygiëne en netheid
  232. Art. 4.4.31 Inspectie
  233. Art. 4.4.32 Uitzonderingen
  234. Paragraaf 4.5 Huisvesting, voorzieningen, voeding en drinkwater ten behoeve van vissers aan boord van een vissersvaartuig gebouwd voor 15 november 2019
  235. Art. 4.5.1 Reikwijdte
  236. Art. 4.5.2 Plaats en algemene inrichting van de verblijven
  237. Art. 4.5.3 Algemene eisen dag- en slaapverblijven
  238. Art. 4.5.4 Algemene eisen ten aanzien van ruimten voor sanitaire ruimten en verblijven voor ziekenverpleging en ontspanning
  239. Art. 4.5.5 Ventilatie
  240. Art. 4.5.6 Verwarming
  241. Art. 4.5.7 Verlichting
  242. Art. 4.5.8 Aantal personen per slaapverblijf
  243. Art. 4.5.9 Comfort slaapverblijven
  244. Art. 4.5.10 Dagverblijven
  245. Art. 4.5.11 Sanitaire voorzieningen
  246. Art. 4.5.12 Eisen sanitaire inrichtingen
  247. Art. 4.5.13 Wassen en drogen van kleding
  248. Art. 4.5.14 Wassen en drogen van kleding, opbergen van oliegoed
  249. Art. 4.5.15 Ziekenverblijf en ziekenkooi
  250. Art. 4.5.16 Reinheid van de verblijven
  251. Art. 4.5.17 Plichten van de schipper
  252. Art. 4.5.18 Toepasselijkheid en ontheffingen
  253. Paragraaf 4.6 Certificaat maritieme arbeid en verklaring naleving maritieme arbeid
  254. Art. 4.6.1 Aanvraag certificaat maritieme arbeid en voorlopig certificaat maritieme arbeid
  255. Art. 4.6.2 Inhoud verklaring naleving maritieme arbeid deel I
  256. Art. 4.6.3 Inhoud verklaring naleving maritieme arbeid deel II
  257. Art. 4.6.4 Inspectie, geldigheid en verlenging certificaat maritieme arbeid
  258. Art. 4.6.5 Inspectierapport
  259. Art. 4.6.6 Voorwaarden afgifte voorlopige certificaten
  260. Art. 4.6.7 Vervallen certificaat bij onttrekken van zeeschip aan oorspronkelijke bestemming
  261. Art. 4.6.8 Modellen
  262. Art. 4.6.9 Erkenning van organisaties
  263. Art. 4.6.10 Aanwijzing erkende rechtspersonen
  264. Paragraaf 4.7 Visserij-arbeidscertificaat
  265. Art. 4.7.1 Opsomming voorschriften C 188-verdrag
  266. Art. 4.7.2 Model visserij-arbeidscertificaat
  267. Art. 4.7.3 Geldigheidsduur visserij-arbeidscertificaat
  268. Art. 4.7.4 Afgifte en verlenging visserij-arbeidscertificaat
  269. Paragraaf 4.8 Register
  270. Art. 4.8 Gegevensregistratie Centraal inspectieregister
  271. Paragraaf 4.9 Klachtenprocedures
  272. Art. 4.9.1 Klager
  273. Art. 4.9.2 Klachtenprocedure aan boord
  274. Art. 4.9.3 Klachtbehandeling aan de wal
  275. Hoofdstuk 5 Tuchtrechtspraak
  276. Art. 5.1 Eed of belofte
  277. Art. 5.2 Vacatiegeld
  278. Hoofdstuk 6 Overgangs- en slotbepalingen
  279. Art. 6.1 Gelijkstelling certificaten en bekwaamheidsbewijzen
  280. Art. 6.2 Erkenning trainingen
  281. Art. 6.3 Uitsluiting oude zeeschepen
  282. Art. 6.4 Intrekkingen
  283. Art. 6.5
  284. Art. 6.6
  285. Art. 6.7
  286. Art. 6.8
  287. Art. 6.9
  288. Art. 6.10
  289. Art. 6.11
  290. Art. 6.12
  291. Art. 6.13
  292. Art. 6.14
  293. Art. 6.15
  294. Art. 6.16
  295. Art. 6.17
  296. Art. 6.18
  297. Art. 6.19
  298. Art. 6.20 Citeertitel
  299. Art. 6.21 Inwerkingtreding