Subsidieregeling duurzaam maatschappelijk vastgoed 2025 Art. 21Vaststelling
Hoofdstuk 3 Subsidie voor integrale verduurzamingsprojecten
1 De minister stelt een subsidie als bedoeld in artikel 3, onderdeel b , vast nadat de aanvrager een verklaring inzake werkelijke kosten en opbrengsten aan de minister heeft verstrekt.
2 De subsidie, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld op een bedrag tot ten hoogste het in de verleningsbeschikking genoemde bedrag.
3 Uit de verklaring inzake werkelijke kosten en opbrengsten, bedoeld in het eerste lid, blijkt: a. dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan; b. wat het totale bedrag van de gerealiseerde subsidiabele kosten is; c. dat een energielabel is afgegeven na het uitvoeren van de maatregelen indien dat een onderdeel is van de gesubsidieerde activiteiten; en d. indien het betreft een subsidie als bedoeld in artikel 19, zesde lid , dat de aansluiting op gas binnen de gestelde termijn is vervangen of een door een systeembeheerder als bedoeld in artikel 1.1. van de Energiewet , opgesteld overzicht dat inzicht geeft in de aansluitmogelijkheden op elektriciteit.
4 Een aanvraag tot subsidievaststelling hoeft niet vergezeld te gaan van een controleverklaring.
Amendment history
- In werking sinds 2026-06-01