Verdrag inzake biologische diversiteit · Verdrag inzake biologische diversiteit
Verdrag inzake biologische diversiteit Art. 6Algemene maatregelen tot behoud en duurzaam gebruik
Elke Verdragsluitende Partij dient in overeenstemming met haar eigen omstandigheden en mogelijkheden:
a. nationale strategieën, plannen of programma's voor het behoud en het duurzame gebruik van de biologische diversiteit te ontwikkelen, of de bestaande strategieën, plannen of programma's daartoe aan te passen, daarbij, onder andere, de op haar betrekking hebbende in dit Verdrag genoemde maatregelen in aanmerking nemend; en b. voor zover mogelijk en passend, het behoud en het duurzame gebruik van de biologische diversiteit op te nemen in de desbetreffende op één of meerdere sectoren betrekking hebbende plannen, programma's en beleidslijnen.