Verdrag betreffende het verbod op en de onmiddellijke actie Art. 4
1 De in artikel 3, onderdeel d , genoemde soorten werk worden vastgesteld in de nationale wet- of regelgeving of door de bevoegde autoriteit, na raadpleging van de betrokken werkgevers- en werknemersorganisaties en rekening houdend met de desbetreffende internationale normen, in het bijzonder de artikelen 3 en 4 van de Aanbeveling betreffende de ergste vormen van kinderarbeid, 1999.
2 De bevoegde autoriteit stelt, na raadpleging van de betrokken werkgevers- en werknemersorganisaties, vast waar de aldus vastgestelde soorten werk voorkomen.
3 De lijst met soorten werk vastgesteld overeenkomstig het eerste lid van dit artikel wordt regelmatig bezien en, indien nodig, bijgesteld in overleg met de betrokken werkgevers- en werknemersorganisaties.