Tweede Protocol bij het Haags Verdrag van 1954 inzake de bes Art. 7Voorzorgen bij aanvallen
HOOFDSTUK 2 ALGEMENE BEPALINGEN INZAKE BESCHERMING
Onverminderd andere voorzorgen die zijn voorgeschreven door het internationale humanitaire recht bij de uitvoering van militaire operaties, dient elke Partij bij het conflict:
a. alles te doen wat praktisch uitvoerbaar is om te verifiëren of de aan te vallen doelen geen cultuurgoederen zijn die ingevolge artikel 4 van het Verdrag worden beschermd; b. alle praktisch uitvoerbare voorzorgen te nemen bij de keuze van middelen en methoden voor de aanval teneinde bijkomende schade aan cultuurgoederen die ingevolge artikel 4 van het Verdrag worden beschermd, te voorkomen, en in ieder geval tot het uiterste te beperken; c. af te zien van enige aanval waarvan kan worden verwacht dat deze bijkomende schade toebrengt aan de ingevolge artikel 4 van het Verdrag beschermde cultuurgoederen, die met betrekking tot het te verwachten tastbare en rechtstreekse militaire voordeel buitensporig zou zijn; en d. een aanval af te gelasten of op te schorten indien duidelijk wordt: i. dat het doel een ingevolge artikel 4 van het Verdrag beschermd cultuurgoed is; ii. dat van de aanval kan worden verwacht dat deze bijkomende schade veroorzaakt aan ingevolge artikel 4 van het Verdra g beschermde cultuurgoederen, die in verhouding tot het te verwachten tastbare en rechtstreekse militaire voordeel buitensporig zal zijn.