Verdrag betreffende de erkenning en de ten uitvoerlegging va Art. 11
HOOFDSTUK II Voorwaarden voor erkenning en tenuitvoerlegging
Het gerecht van de Staat van herkomst dat heeft beslist op een vordering in reconventie, wordt beschouwd als bevoegd in de zin van het Verdrag:
1. wanneer het volgens artikel 10, nummers 1-6, bevoegd zou zijn geweest van die vordering als oorspronkelijke vordering kennis te nemen, of 2. wanneer het volgens artikel 10 bevoegd was tot kennisneming van de oorspronkelijke vordering en de vordering in reconventie voortvloeiende uit dezelfde overeenkomst of uit hetzelfde feit.