Verdrag inzake het recht dat toepasselijk is op trusts en in Art. 8
HOOFDSTUK II TOEPASSELIJK RECHT
Het door artikel 6 of 7 aangewezen recht beheerst de geldigheid, de uitlegging en de rechtsgevolgen, alsmede het bestuur over de trust.
Dit recht beheerst met name:
a. de benoeming, het aftreden en het ontslag van de trustees, de bevoegdheid om als trustee op te treden en de overgang van de functie van trustee; b. de onderlinge rechten en plichten van de trustees; c. het recht van de trustees om de vervulling van hun verplichtingen of de uitoefening van hun bevoegdheden geheel of gedeeltelijk te delegeren; d. de bevoegdheid van de trustees om de trustgoederen te besturen en er over te beschikken, om deze goederen met zekerheidsrechten te bezwaren en om nieuwe goederen te verwerven; e. de bevoegdheid van de trustees om het trustvermogen te beleggen; f. beperkingen met betrekking tot de duur van de trust en ten aanzien van de bevoegdheid van de trustees de opbrengsten van het trustvermogen te reserveren; g. de betrekkingen tussen trustees en begunstigden, met inbegrip van de persoonlijke aansprakelijkheid van de trustees jegens de begunstigden; h. de wijziging of beëindiging van de trust; i. de verdeling van het trustvermogen; j. de verplichting van de trustees van hun bestuur verantwoording af te leggen.