NL · Verdrag inzake het wegverkeer
Verdrag inzake het wegverkeer
Contents
- Hoofdstuk I ALGEMENE BEPALINGEN
- Art. 1 Begripsomschrijvingen
- Art. 2 Bijlagen bij het Verdrag
- Art. 3 Verplichtingen van de Verdragsluitende Partijen
- Art. 4 Verkeerstekens
- Hoofdstuk II VERKEERSREGELS
- Art. 5 De rechtsgeldigheid van verkeerstekens
- Art. 6 Aanwijzingen die worden gegeven door bevoegde ambtenaren
- Art. 7 Regels van algemene aard
- Art. 8 Bestuurders
- Art. 9 Kudden
- Art. 10 Plaats op de rijbaan
- Art. 11 Inhalen en rijden in files
- Art. 12 Tegemoetkomend verkeer
- Art. 13 Snelheid en afstand tussen voertuigen
- Art. 14 Algemene eisen betreffende het manoeuvreren met voertuigen
- Art. 15 Bijzondere voorschriften met betrekking tot voertuigen van openbare lijndiensten
- Art. 16 Verandering van richting
- Art. 17 Vaart minderen
- Art. 18 Kruisingen en de verplichting voorrang te verlenen
- Art. 19 Overwegen
- Art. 20 Voorschriften voor voetgangers
- Art. 21 Het gedrag van bestuurders tegenover voetgangers
- Art. 22 Vluchtheuvels op de rijbaan
- Art. 23 Stilstaan en parkeren
- Art. 24 Het openen van deuren
- Art. 25 Autosnelwegen en soortgelijke wegen
- Art. 25bis Bijzondere regels betreffende tunnels aangegeven door middel van speciale verkeerstekens
- Art. 26 Speciale regels van toepassing op optochten en invaliden
- Art. 27 Speciale regels van toepassing op fietsers, bromfietsers en berijders van motorfietsen
- Art. 28 Waarschuwingen door middel van geluids- of lichtsignalen
- Art. 29 Voertuigen die zich op rails voortbewegen
- Art. 30 Het laden van voertuigen
- Art. 30bis Het vervoer van passagiers
- Art. 31 Gedrag in geval van een ongeval
- Art. 32 Regels voor het voeren van verlichting
- Art. 33 Verlichtingsregels voor andere dan de in Artikel 32 genoemde voertuigen en voor bepaalde weggebruikers
- Art. 34 Uitzonderingen
- Art. 34bis Geautomatiseerd rijden
- Hoofdstuk III VOORWAARDEN VOOR DE TOELATING VAN MOTORVOERTUIGEN EN AANHANGWAGENS TOT HET INTERNATIONALE VERKEER
- Art. 35 Inschrijving
- Art. 36 Het kenteken
- Art. 37 Het onderscheidingsteken van de Staat waarin het voertuig is ingeschreven
- Art. 38 Identificatiemerken
- Art. 39 Technische eisen en inspectie van voertuigen
- Art. 40 Overgangsbepalingen
- Hoofdstuk IV BESTUURDERS VAN MOTORVOERTUIGEN
- Art. 41 Rijbewijzen
- Art. 42 De schorsing van de geldigheid van rijbewijzen
- Art. 43 Overgangsbepalingen
- Hoofdstuk V VOORWAARDEN VOOR DE TOELATING VAN FIETSEN EN BROMFIETSEN TOT HET INTERNATIONALE VERKEER
- Art. 44
- Hoofdstuk VI SLOTBEPALINGEN
- Art. 45
- Art. 46
- Art. 47
- Art. 48
- Art. 49
- Art. 50
- Art. 51
- Art. 52
- Art. 53
- Art. 54
- Art. 55
- Art. 56