Verdrag tot oprichting van een Europees Ruimte-Agentschap Art. XXIIToetreding
1 Na de inwerkingtreding van dit Verdrag kan iedere Staat tot het Verdrag toetreden na een met eenparigheid van stemmen van alle Lid-Staten genomen besluit van de Raad.
2 Een Staat die tot dit Verdrag wenst toe te treden, doet daarvan mededeling aan de Directeur-Generaal, die de Lid-Staten van dit verzoek in kennis stelt en wel ten minste drie maanden voordat het aan de Raad ter beslissing wordt voorgelegd.
3 De akten van toetreding worden nedergelegd bij de Franse Regering.