Aanvullend Protocol bij de Verdragen van Genève van 12 augus Art. 3Vorm en aard
Hoofdstuk II HET KENTEKEN
1 Het kenteken (rood op een wit veld) dient zo groot te zijn als onder de desbetreffende omstandigheden wenselijk is. Voor de vorm van het kruis, de halve maan of de leeuw en zon kunnen de Hoge Verdragsluitende Partijen het model van figuur 2 als richtsnoer nemen.
2 Des nachts of bij beperkt zicht kan het kenteken worden verlicht of belicht; het kan ook van materialen worden gemaakt die het herkenbaar maken door middel van technische detectiemiddelen. Figuur 2: Kentekenen in rood op een wit veld