Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Neder Art. 9
III Algemene bepalingen
De bijzondere vergunning, zoals bedoeld in artikel 7, en de uitdrukkelijke machtiging, zoals bedoeld in artikel 8, tweede lid, dient men bij zich te hebben op alle reizen op het grondgebied van de andere Staat; zij dienen op verzoek van de met de controle belaste ambtenaren te worden getoond.
Amendment history
- In werking sinds 1987-05-01