Verdrag tot oprichting van het Caribische Noodhulp Managemen Art. XLIWijzigingen
1 Elke deelnemende staat kan wijzigingen van dit Verdrag voorstellen.
2 Elk voorstel tot wijziging van dit Verdrag wordt aan de coördinerende eenheid voorgelegd, die het voorzien van haar opmerkingen naar het MCC stuurt.
3 Het MCC bestudeert het voorstel en de opmerkingen van de coördinerende eenheid en doet de raad een aanbeveling.
4 De raad neemt het voorstel tot wijziging in overweging en neemt het aan met de door haar nodig geachte wijzigingen.
5 Wijzigingen treden in werking wanneer alle deelnemende staten deze hebben bekrachtigd.