Bibliothèque juridique et analyse de dossiers · Autriche · Belgique · Union européenne
LAWxPERT Connexion Compte gratuit

Uitvoeringsbesluit Successiewet 1956 · Uitvoeringsbesluit Successiewet 1956

Uitvoeringsbesluit Successiewet 1956 Art. 13

Hoofdstuk 2 Kwijtschelding van erfbelasting

En vigueurTexte officiel

1 Er is een Adviescommissie beoordeling aangeboden cultuurbezit uit nalatenschappen, verder te noemen: de commissie, die tot taak heeft Onze Minister op zijn verzoek te adviseren omtrent verzoeken op grond van dit Besluit ter zake van de beoordeling of een cultuurgoed op grond van de cultuurhistorische of kunsthistorische voorwaarden die zijn opgenomen in artikel 15 , in aanmerking komt voor de toepassing van artikel 67, derde lid, van de Successiewet 1956 .

2 De commissie bestaat uit een voorzitter, tevens lid, en vier andere leden.

3 De voorzitter wordt benoemd bij koninklijk besluit, op gezamenlijke voordracht van Onze Minister en Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, twee gewone leden worden benoemd op voordracht van Onze Minister en twee gewone leden op voordracht van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Zij worden benoemd voor een termijn van vier jaar. Herbenoeming kan tweemaal en telkens voor ten hoogste vier jaar plaatsvinden.

4 De commissie stelt haar eigen werkwijze vast.

5 De algemeen directeur van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed kan de vergaderingen van de commissie bijwonen en heeft daarin een raadgevende stem.

6 In het secretariaat van de commissie wordt door Onze Minister voorzien.

7 De kosten van de commissie komen ten laste van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Historique des modifications
  • In werking sinds 2024-01-01