Regeling vaststelling regels politiespeurhonden en politiesu Art. 2
De Regeling politiesurveillancehonden is van overeenkomstige toepassing op het Korps landelijke politiediensten met dien verstande dat:
a. artikel 1, onder a , luidt: geleider : de ambtenaar van het Korps landelijke politiediensten die toestemming heeft van de korpschef van het Korps landelijke politiediensten om politiedienst te doen met een politiesurveillancehond; b. in artikel 1, onder b , ‘een politieregio’ wordt vervangen door: het Korps landelijke politiediensten.