Mandaatbesluit directeur Gemeentevervoerbedrijf Amsterdam Art. 4
1 De directeur van GVB kan zijn mandaat bij afwezigheid laten uitoefenen door een door hem schriftelijk als zodanig aangewezen plaatsvervanger.
2 Van een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid wordt schriftelijk kennis gegeven aan de Minister van Verkeer en Waterstaat.
Historique des modifications
- In werking sinds 2007-11-03