Wet op het notarisambt · Wet op het notarisambt
Wet op het notarisambt Art. 20
Titel III De uitoefening van het notarisambt
1 De notaris mag geen akte verlijden die een begunstiging van één of meer van de in artikel 19, eerste lid , bedoelde personen inhoudt; de verboden begunstiging is nietig. Een benoeming tot executeur van een nalatenschap is geen verboden begunstiging.
2 Artikel 19, vierde lid , is van overeenkomstige toepassing.
3 Met betrekking tot de begunstiging van getuigen bij akten die een uiterste wilsbeschikking bevatten, zijn de artikelen 61 en 62, eerste lid, van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing.
Historique des modifications
- In werking sinds 2003-01-01