Bibliothèque juridique et analyse de dossiers · Autriche · Belgique · Union européenne
LAWxPERT Connexion Compte gratuit

NL · Wet inkomstenbelasting 2001

Wet inkomstenbelasting 2001

En vigueur423 articlesTexte vérifié le 24.10.2026

Sommaire

  1. Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
  2. Art. 1.1 Inkomstenbelasting
  3. Art. 1.2 Uitbreiding en beperking partnerregeling
  4. Art. 1.4 Pleegkind
  5. Art. 1.5 In belangrijke mate onderhouden van kinderen
  6. Art. 1.6 Mogendheid
  7. Art. 1.6a Levensverzekering
  8. Art. 1.7 Lijfrenten en pensioenen
  9. Art. 1.8 Wederzijdse erkenning
  10. Art. 1.9 Gelijkstelling met basisregistratie personen
  11. Art. 1.10 Vaste inrichting of vaste vertegenwoordiger
  12. Art. 1.11 Buitenlandse rechtsvormen en vennootschappen waarvan het kapitaal geheel of ten dele in aandelen is verdeeld
  13. Afdeling 2.1 Belastingplichtigen
  14. Art. 2.1 Belastingplichtigen
  15. Art. 2.2 Woonplaatsfictie
  16. Afdeling 2.2 Heffingsgrondslagen
  17. Art. 2.3 Heffingsgrondslagen
  18. Art. 2.4 Bepalingen heffingsgrondslagen
  19. Afdeling 2.3 Verschuldigde inkomstenbelasting
  20. Art. 2.7 Verschuldigde inkomstenbelasting; hoofdregel
  21. Art. 2.8 Verschuldigde inkomstenbelasting op gewone aanslag
  22. Art. 2.9 Verschuldigde belasting op conserverende aanslag
  23. Art. 2.10 Tarief belastbaar inkomen uit werk en woning
  24. Art. 2.10a Tarief belastbaar inkomen uit werk en woning voor belastingplichtigen geboren vóór 1 januari 1946
  25. Art. 2.11a Verrekening belastingkorting voor verlies uit aanmerkelijk belang
  26. Art. 2.12 Tarief belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang
  27. Art. 2.13 Tarief belastbaar inkomen uit sparen en beleggen
  28. Afdeling 2.4 Toerekeningsregels
  29. Art. 2.14 Toerekening tussen en binnen de belastbare inkomens
  30. Art. 2.14bis Toerekening inkomensbestanddelen bij een maatschap, vennootschap onder firma, commanditaire vennootschap, transparant fonds of een naar het recht van een andere staat opgericht of aangegaan lichaam
  31. Art. 2.14a Toerekening afgezonderd particulier vermogen
  32. Art. 2.15 Toerekening inkomensbestanddelen, rendementsgrondslag en geheven dividendbelasting van een minderjarig kind
  33. Art. 2.16 Verhaalsrecht
  34. Art. 2.17 Toerekening inkomensbestanddelen, bestanddelen van de rendementsgrondslag, geheven dividendbelasting en korting voor groene beleggingen van de belastingplichtige en zijn partner
  35. Afdeling 2.5 Verzamelinkomen
  36. Art. 2.18 Verzamelinkomen
  37. Afdeling 3.1 Belastbaar inkomen uit werk en woning
  38. Art. 3.1 Belastbaar inkomen uit werk en woning
  39. Paragraaf 3.2.1 Belastbare winst uit onderneming
  40. Art. 3.2 Belastbare winst uit onderneming
  41. Art. 3.3 Uitbreiding begrip belastbare winst uit onderneming
  42. Art. 3.4 Begrip ondernemer
  43. Art. 3.5 Zelfstandig uitgeoefend beroep
  44. Art. 3.6 Begrip urencriterium
  45. Paragraaf 3.2.2 Winst uit een onderneming
  46. Art. 3.8 Winst
  47. Art. 3.9 Maximum verlies
  48. Art. 3.10 Verliezen uit de aanloopfase van een onderneming
  49. Art. 3.11 Vrijstelling voor bosbedrijf
  50. Art. 3.12 Landbouwvrijstelling
  51. Art. 3.13 Overige vrijstellingen
  52. Art. 3.14 Van aftrek uitgesloten algemene kosten
  53. Art. 3.15 In aftrek beperkte algemene kosten
  54. Art. 3.16 Van aftrek uitgesloten kosten ten behoeve van de belastingplichtige
  55. Art. 3.17 In aftrek beperkte kosten ten behoeve van de belastingplichtige
  56. Art. 3.18 Premies voor beroeps- of bedrijfstakpensioenregeling
  57. Art. 3.19 Bijtelling privé-gebruik woning
  58. Art. 3.20 Bijtelling privégebruik auto
  59. Art. 3.20a Bijtelling privégebruik fiets
  60. Art. 3.21 Bonusaandelen van beleggingsinstellingen
  61. Art. 3.22 Winst uit zeescheepvaart aan de hand van tonnage
  62. Art. 3.23 Bepaling van de winst aan de hand van de tonnage
  63. Art. 3.24 Beëindiging bepaling van de winst aan de hand van de tonnage
  64. Art. 3.25 Jaarwinst
  65. Art. 3.26 Loon- en prijswijzigingen na afloop jaar
  66. Art. 3.27 Loon- en prijswijzigingen na afloop jaar en betaling
  67. Art. 3.28 Loon- en prijswijzigingen na afloop jaar en rekenrente pensioenvoorzieningen
  68. Art. 3.29 Waardering pensioenverplichtingen en soortgelijke verplichtingen
  69. Art. 3.29a Waardering van een belang in een vrijgestelde beleggingsinstelling
  70. Art. 3.29b Waardering onderhanden werk en onderhanden opdrachten
  71. Art. 3.29c Beperking afwaardering op lagere bedrijfswaarde
  72. Art. 3.30 Afschrijving op bedrijfsmiddelen
  73. Art. 3.30a Beperking afschrijving gebouwen
  74. Art. 3.31 Willekeurige afschrijving milieu-bedrijfsmiddelen
  75. Art. 3.34 Willekeurige afschrijving andere aangewezen bedrijfsmiddelen
  76. Art. 3.34a Grondslag willekeurige afschrijving bij afboeking herinvesteringsreserve
  77. Art. 3.35 Aanvang willekeurige afschrijving
  78. Art. 3.36 Administratieve verplichtingen willekeurige afschrijving
  79. Art. 3.37 Mogelijkheid verplichte verklaring bij willekeurige afschrijving
  80. Art. 3.38 Terugnemen willekeurige afschrijving
  81. Art. 3.39 Toepasselijk regime afschrijvingen
  82. Art. 3.40 Investeringsaftrek
  83. Art. 3.41 Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek
  84. Art. 3.42 Energie-investeringsaftrek
  85. Art. 3.42a Milieu-investeringsaftrek
  86. Art. 3.43 Begrip investeren
  87. Art. 3.44 Investeringsaftrek bij nog niet in gebruik genomen bedrijfsmiddelen
  88. Art. 3.45 Uitgesloten bedrijfsmiddelen voor investeringsaftrek
  89. Art. 3.46 Uitgesloten verplichtingen voor investeringsaftrek
  90. Art. 3.47 Desinvesteringsbijtelling
  91. Art. 3.51 Toepasselijk regime investeringsaftrek
  92. Art. 3.52 Wijziging willekeurige afschrijving en investeringsaftrek
  93. Art. 3.53 Fiscale reserves
  94. Art. 3.54 Herinvesteringsreserve
  95. Art. 3.54aa Herinvesteringsreserve bij het staken van een gedeelte van een onderneming ten gevolge van overheidsingrijpen
  96. Art. 3.54a Terugkeerreserve
  97. Art. 3.55 Aandelenfusie
  98. Art. 3.56 Juridische splitsing
  99. Art. 3.57 Juridische fusie
  100. Art. 3.58 Staking door overlijden
  101. Art. 3.59 Doorschuiving of staking door ontbinding huwelijksgemeenschap
  102. Art. 3.60 Overbrenging vermogensbestanddelen naar het buitenland
  103. Art. 3.61 Eindafrekening
  104. Art. 3.62 Doorschuiving bij staking door overlijden
  105. Art. 3.63 Doorschuiving naar ondernemers
  106. Art. 3.64 Doorschuiving via te conserveren inkomen naar andere onderneming
  107. Art. 3.65 Omzetting in een NV of BV
  108. Art. 3.66 Niet met het kalenderjaar samenvallend boekjaar
  109. Paragraaf 3.2.4 Ondernemersaftrek
  110. Art. 3.74 Berekening ondernemersaftrek
  111. Art. 3.75 Meer dan één onderneming
  112. Art. 3.76 Zelfstandigenaftrek
  113. Art. 3.77 Aftrek speur- en ontwikkelingswerk
  114. Art. 3.78 Meewerkaftrek
  115. Art. 3.78a Startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid
  116. Art. 3.79 Stakingsaftrek
  117. Paragraaf 3.2.5 MKB-winstvrijstelling
  118. Art. 3.79a MKB-winstvrijstelling
  119. Paragraaf 3.3.1 Belastbaar loon
  120. Art. 3.80 Belastbaar loon
  121. Art. 3.81 Loon
  122. Art. 3.82 Uitbreiding begrip loon
  123. Art. 3.83 Pensioen in grensoverschrijdende situaties
  124. Art. 3.84 Vrijstelling eindheffingsbestanddelen
  125. Paragraaf 3.3.2 Reisaftrek
  126. Art. 3.87 Reisaftrek
  127. Paragraaf 3.4.1 Belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden
  128. Art. 3.90 Belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden
  129. Art. 3.91 Ter beschikking stellen van vermogensbestanddelen aan een onderneming of werkzaamheid
  130. Art. 3.92 Ter beschikking stellen van vermogensbestanddelen aan een vennootschap waarin een aanmerkelijk belang wordt gehouden
  131. Art. 3.92a Opwaarderingsreserve
  132. Art. 3.92b Met een werkzaamheid verband houdende lucratieve belangen
  133. Art. 3.93 Bijzondere bepalingen begrip werkzaamheden
  134. Paragraaf 3.4.2 Resultaat uit een werkzaamheid
  135. Art. 3.94 Resultaat uit een werkzaamheid
  136. Art. 3.95 Bepaling van het resultaat
  137. Art. 3.95a Aftrek bij het toepassing vinden van artikel 2.14, derde lid, onderdeel e
  138. Art. 3.95b Aanvullende bepaling resultaat bij lucratieve belangen
  139. Art. 3.96 Vrijstelling
  140. Art. 3.97 Keuzemogelijkheid bij het houden van kostgangers
  141. Art. 3.98 Doorschuiving bij ontbinding van de vennootschap
  142. Art. 3.98a Omzetting van een afgewaardeerde vordering als bedoeld in artikel 3.92
  143. Art. 3.98b Vervreemding van een afgewaardeerde vordering
  144. Art. 3.98c Doorschuiving bij overgang krachtens huwelijksvermogensrecht
  145. Art. 3.98d Doorschuiving bij overgang krachtens verdeling van een huwelijksgemeenschap anders dan door overlijden
  146. Art. 3.99 Overgang werkzaamheid in onderneming
  147. Paragraaf 3.4.3 Terbeschikkingstellingsvrijstelling
  148. Art. 3.99b Terbeschikkingstellingsvrijstelling
  149. Afdeling 3.5 Belastbare periodieke uitkeringen en verstrekkingen
  150. Art. 3.100 Belastbare periodieke uitkeringen en verstrekkingen
  151. Art. 3.101 Aangewezen periodieke uitkeringen en verstrekkingen
  152. Art. 3.102 Algemene uitbreidingen aangewezen uitkeringen
  153. Art. 3.103 Specifieke uitbreidingen publiekrechtelijke uitkeringen
  154. Art. 3.104 Vrijstellingen publiekrechtelijke uitkeringen
  155. Art. 3.105 Specifieke uitbreidingen familierechtelijke uitkeringen
  156. Art. 3.106 Uitbreidingen uitkeringen uit inkomensvoorzieningen
  157. Art. 3.107 Uitgezonderde uitkeringen uit inkomensvoorzieningen
  158. Art. 3.107a Bepaling omvang belastbare periodieke uitkeringen en verstrekkingen
  159. Art. 3.108 Aftrekbare kosten van aangewezen uitkeringen en van uitkeringen uit inkomensvoorzieningen
  160. Art. 3.109 Van aftrek uitgesloten kosten
  161. Afdeling 3.6 Belastbare inkomsten uit eigen woning
  162. Art. 3.110 Belastbare inkomsten uit eigen woning
  163. Art. 3.111 Eigen woning
  164. Art. 3.112 Eigenwoningforfait
  165. Art. 3.113 Tijdelijke verhuur
  166. Art. 3.114 Kamerverhuurvrijstelling
  167. Art. 3.115 Toedeling eigenwoningforfait
  168. Art. 3.119a Eigenwoningschuld
  169. Art. 3.119aa Eigenwoningreserve
  170. Art. 3.119b Beschikking eigenwoningreserve
  171. Art. 3.119c Aflossingseis
  172. Art. 3.119d Aflossingsstand
  173. Art. 3.119e Kortstondig afwijken van aflossingsschema en betalingsregelingen
  174. Art. 3.119f Verhuisregelingen
  175. Art. 3.119g Informatieplicht bij schulden bij anderen dan aangewezen administratieplichtigen
  176. Art. 3.120 Aftrekbare kosten eigen woning
  177. Art. 3.120a Aftrekbare kosten restschuld vervreemde eigen woning
  178. Art. 3.121 Aftrekbare kosten gedeelde eigen woning bij gezamenlijke bewoning
  179. Art. 3.123 Kosten voor verbetering of onderhoud eigen woning
  180. Afdeling 3.6a Aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld
  181. Art. 3.123a Aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld
  182. Afdeling 3.7 Uitgaven voor inkomensvoorzieningen
  183. Art. 3.124 Uitgaven voor inkomensvoorzieningen
  184. Art. 3.125 Lijfrentevoorzieningen
  185. Art. 3.126 Toegelaten aanbieders
  186. Art. 3.126a Uitgaven voor inkomensvoorzieningen via een lijfrenterekening of een lijfrentebeleggingsrecht
  187. Art. 3.127 In aanmerking te nemen premies voor lijfrenten
  188. Art. 3.129 Omzetting stakingswinst in lijfrente
  189. Art. 3.130 Tijdstip aftrek premies voor lijfrenten
  190. Art. 3.131 Aftrek premies voor lijfrenten na overlijden ondernemer
  191. Afdeling 3.8 Negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen
  192. Art. 3.132 Negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen
  193. Art. 3.133 Uitbreiding begrip negatieve uitgaven bij handelen in strijd met de voorwaarden
  194. Art. 3.134 Handelingen die niet leiden tot een negatieve uitgave
  195. Art. 3.135 Specifieke uitbreiding begrip negatieve uitgaven bij beroepspensioenen
  196. Art. 3.136 Uitbreiding begrip negatieve uitgaven bij emigratie
  197. Art. 3.137 In aanmerking te nemen bedrag bij uitbreidingen van het begrip negatieve uitgaven
  198. Art. 3.138 Verminderingen en voorkoming dubbeltellingen
  199. Afdeling 3.9 Negatieve persoonsgebonden aftrek
  200. Art. 3.139 Negatieve persoonsgebonden aftrek
  201. Afdeling 3.11 Waardering niet in geld genoten inkomen
  202. Art. 3.144 Waardering niet in geld genoten inkomen
  203. Afdeling 3.12 Tijdstip genieten en aftrek
  204. Art. 3.146 Tijdstip genieten
  205. Art. 3.147 Tijdstip aftrek
  206. Afdeling 3.13 Verliesverrekening
  207. Art. 3.148 Verlies
  208. Art. 3.149 Te conserveren inkomen buiten beschouwing
  209. Art. 3.150 Verliesverrekening
  210. Art. 3.151 Vaststelling verlies
  211. Art. 3.152 Formalisering achterwaartse verliesverrekening
  212. Art. 3.153 Formalisering voorwaartse verliesverrekening
  213. Afdeling 4.1 Belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang
  214. Art. 4.1 Belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang
  215. Afdeling 4.2 Gelijkstellingen
  216. Art. 4.2 Beëindiging aanverwantschap door echtscheiding
  217. Art. 4.3 Genotsrechten
  218. Art. 4.4 Koopopties gelijkgesteld met onderliggende waarde
  219. Art. 4.5 Participaties open fondsen voor gemene rekening
  220. Art. 4.5a Coöperaties
  221. Art. 4.5b Niet-vergelijkbare rechtsvormen
  222. Afdeling 4.3 Aanmerkelijk belang
  223. Art. 4.6 Begrip aanmerkelijk belang
  224. Art. 4.7 Gelijkstelling; aandelen met bijzondere rechten
  225. Art. 4.8 Omvang kapitaal
  226. Art. 4.9 Meesleepregeling
  227. Art. 4.10 Meetrekregeling
  228. Art. 4.11 Fictief aanmerkelijk belang
  229. Afdeling 4.4 Inkomen uit aanmerkelijk belang
  230. Art. 4.12 Inkomen uit aanmerkelijk belang
  231. Art. 4.12a Bij een vererfd aanmerkelijk belang, binnen twee jaar afboeking reguliere voordelen op verkrijgingsprijs
  232. Paragraaf 4.5.1 Reguliere voordelen
  233. Art. 4.13 Reguliere voordelen
  234. Paragraaf 4.5.2 De omvang van reguliere voordelen
  235. Art. 4.14 Forfaitair voordeel uit vrijgestelde beleggingsinstellingen en uit buitenlandse beleggingslichamen
  236. Art. 4.14a Fictief regulier voordeel
  237. Art. 4.14b Flankerende bepalingen ter zake van het fictief reguliere voordeel
  238. Art. 4.14c Maximumbedrag bij het ontstaan van binnenlandse belastingplicht
  239. Art. 4.14d Aanpassing vervreemdingsvoordeel bij einde binnenlandse belastingplicht
  240. Art. 4.15 Kosten van reguliere voordelen
  241. Paragraaf 4.6.1 Als vervreemding aan te merken rechtshandelingen
  242. Art. 4.16 Fictieve vervreemdingen
  243. Art. 4.17 Uitzondering bij overgang krachtens huwelijksvermogensrecht en verdeling huwelijksgemeenschap anders dan door overlijden
  244. Art. 4.17a Uitzondering bij overgang krachtens erfrecht
  245. Art. 4.17b Uitzondering bij verdeling nalatenschap binnen twee jaar
  246. Art. 4.17c Uitzondering bij overdracht krachtens schenking
  247. Art. 4.18 Passanten
  248. Paragraaf 4.6.2 De omvang van vervreemdingsvoordelen
  249. Art. 4.19 Vervreemdingsvoordelen
  250. Art. 4.20 Overdrachtsprijs
  251. Art. 4.21 Verkrijgingsprijs
  252. Art. 4.22 Correctie naar waarde in het economisch verkeer
  253. Art. 4.23 Verkrijgingsprijs bij ontstaan aanmerkelijk belang na verkrijging
  254. Art. 4.24 Geen tussentijdse verliesneming
  255. Art. 4.24bis Negatief vervreemdingsvoordeel in samenhang met een afgezonderd particulier vermogen
  256. Art. 4.24a geen negatief vervreemdingsvoordeel bij geruisloze terugkeer uit een BV
  257. Art. 4.25 Verkrijgingsprijs bij het ontstaan van binnenlandse belastingplicht
  258. Art. 4.26 Bonusaandelen en winstbewijzen
  259. Art. 4.27 Voordelen uit vrijgestelde beleggingsinstellingen en uit buitenlandse beleggingslichamen
  260. Art. 4.28 Overdrachtsprijs in termijnen
  261. Art. 4.29 Aanpassingen overdrachtsprijs
  262. Art. 4.30 Verkrijgingsprijs koopopties bij uitoefening of expiratie
  263. Art. 4.31 Verleende koopopties
  264. Art. 4.32 Putopties
  265. Art. 4.33 Vermindering verkrijgingsprijs bij terugbetaling aandelenkapitaal
  266. Art. 4.33a Vaststelling verkrijgingsprijs bij omzetting afgewaardeerde vordering
  267. Art. 4.34 Liquidatie-uitkeringen
  268. Art. 4.35 Vestigingsplaats
  269. Afdeling 4.7 Vaststellen verkrijgingsprijs
  270. Art. 4.36 Beschikking
  271. Art. 4.37 Herziening beschikking
  272. Paragraaf 4.8.1 Afrekening op verzoek bij overgang krachtens huwelijksvermogensrecht
  273. Art. 4.38 Afrekening op verzoek
  274. Paragraaf 4.8.1a Doorschuiving verkrijgingsprijs bij overgang krachtens huwelijksvermogensrecht en erfrecht alsmede bij overdracht krachtens schenking
  275. Art. 4.39 Doorschuiving verkrijgingsprijs bij overgang krachtens huwelijksvermogensrecht en verdeling huwelijksgemeenschap
  276. Art. 4.39a Doorschuiving verkrijgingsprijs bij overgang krachtens erfrecht
  277. Art. 4.39b Doorschuiving verkrijgingsprijs bij verdeling nalatenschap binnen twee jaar
  278. Art. 4.39c Doorschuiving verkrijgingsprijs bij overdracht krachtens schenking
  279. Paragraaf 4.8.2 Doorschuiving indien niet langer een aanmerkelijk belang aanwezig is
  280. Art. 4.40 Doorschuiving op verzoek (mogelijk ontstaan fictief aanmerkelijk belang)
  281. Paragraaf 4.8.3 Doorschuiving in het kader van een aandelenfusie, juridische fusie of splitsing
  282. Art. 4.41 Doorschuiving op verzoek (mogelijk ontstaan fictief aanmerkelijk belang)
  283. Art. 4.42 Doorschuiving verkrijgingsprijs
  284. Paragraaf 4.8.4 Doorschuiving in het kader van een geruisloze terugkeer
  285. Art. 4.42a Doorschuiving vervreemdingsvoordeel bij geruisloze terugkeer
  286. Afdeling 4.9 Genietingstijdstip
  287. Art. 4.43 Genietingstijdstip reguliere voordelen
  288. Art. 4.44 Betalingstijdstip aftrekbare kosten
  289. Art. 4.45 Vooruitbetaalde rente
  290. Art. 4.46 Genietingstijdstip vervreemdingsvoordelen
  291. Afdeling 4.10 Verliesverrekening
  292. Art. 4.47 Verlies
  293. Art. 4.48 Te conserveren inkomen buiten beschouwing
  294. Art. 4.49 Verliesverrekening
  295. Art. 4.50 Vaststelling verlies
  296. Art. 4.51 Formalisering achterwaartse verliesverrekening
  297. Art. 4.52 Formalisering voorwaartse verliesverrekening
  298. Art. 4.53 Omzetting verlies bij einde aanmerkelijk belang in een belastingkorting
  299. Afdeling 5.1 Belastbaar inkomen uit sparen en beleggen
  300. Art. 5.1 Belastbaar inkomen uit sparen en beleggen
  301. Art. 5.2 Voordeel uit sparen en beleggen
  302. Art. 5.3 Rendementsgrondslag
  303. Art. 5.4 Toedeling bij bepaalde verkrijgingen krachtens erfrecht
  304. Art. 5.4a Defiscaliseren bepaalde onderlinge vorderingen en schulden
  305. Art. 5.5 Heffingvrij vermogen
  306. Afdeling 5.2 Vrijstellingen
  307. Art. 5.7 Vrijstelling bos- en natuurterreinen en landgoederen
  308. Art. 5.8 Vrijstelling voorwerpen van kunst en wetenschap
  309. Art. 5.9 Vrijstelling rechten op roerende zaken krachtens erfrecht
  310. Art. 5.10 Vrijstelling bepaalde rechten
  311. Art. 5.12 Vrijstelling kortlopende termijnen van inkomsten en verplichtingen
  312. Afdeling 5.3 Groene beleggingen
  313. Art. 5.13 Vrijstelling groene beleggingen
  314. Art. 5.14 Vrijstelling groene beleggingen
  315. Afdeling 5.3A Vrijstelling nettolijfrenten
  316. Art. 5.16 Vrijstelling nettolijfrenten
  317. Art. 5.16a Toegelaten aanbieders
  318. Art. 5.16b Begrenzing nettolijfrente
  319. Art. 5.16c Onregelmatige handelingen met nettolijfrenten
  320. Afdeling 5.3B Vrijstelling nettopensioen
  321. Art. 5.17 Vrijstelling nettopensioen
  322. Art. 5.17a Netto-ouderdomspensioen en nettopartnerpensioen bij overlijden op of na pensioendatum
  323. Art. 5.17b Nettopartnerpensioen bij overlijden voor pensioendatum
  324. Art. 5.17c Nettowezenpensioen
  325. Art. 5.17d Overschrijding maxima nettopensioen
  326. Art. 5.17e Onregelmatige handelingen met nettopensioen
  327. Art. 5.17f Delegatiebevoegdheid
  328. Afdeling 5.4 Waardering
  329. Art. 5.19 Waardering bezittingen en schulden; algemeen
  330. Art. 5.20 Waardering woningen andere dan eigen woningen
  331. Art. 5.21 Waardering effecten
  332. Art. 5.22 Waardering genotsrechten
  333. Art. 5.23 Waardering: aanvullende regels
  334. Afdeling 5.5 Peildatumarbitrage
  335. Art. 5.24 Peildatumarbitrage
  336. Afdeling 5.6 Tegenbewijsregeling
  337. Art. 5.25 Tegenbewijsregeling
  338. Art. 5.26 Werkelijk rendement
  339. Art. 5.27 Reguliere voordelen
  340. Art. 5.27a Waardering voordeel uit eigen gebruik van een onroerende zaak
  341. Art. 5.28 Vermogensaanwas
  342. Art. 5.29 Stortingen
  343. Art. 5.30 Onttrekkingen
  344. Art. 5.31 Waardering bezittingen en schulden
  345. Art. 5.31a Vrijstelling bepaalde levensverzekeringen
  346. Art. 5.31b Vrijstelling contant geld
  347. Art. 5.32 Vrijstelling groene beleggingen
  348. Art. 5.32a Vrijstelling bepaalde kapitaalverzekeringen
  349. Art. 5.33 Vermogensaanwas bij ontstaan of einde binnenlandse belastingplicht
  350. Art. 5.34 Tijdstip genieten en aftrek
  351. Art. 5.35 Onregelmatige handelingen met nettolijfrenten
  352. Art. 5.36 Onregelmatige handelingen met nettopensioenen
  353. Afdeling 6.1 Persoonsgebonden aftrek
  354. Art. 6.1 Persoonsgebonden aftrek
  355. Art. 6.2 In aanmerking nemen persoonsgebonden aftrek
  356. Art. 6.2a Vaststelling niet in aanmerking genomen persoonsgebonden aftrek
  357. Afdeling 6.2 Onderhoudsverplichtingen
  358. Art. 6.3 Onderhoudsverplichtingen
  359. Art. 6.4 Uitgesloten onderhoudsverplichtingen
  360. Art. 6.5 Afkoop alimentatie door betaling lijfrentepremie
  361. Art. 6.6 Verrekening van pensioenrechten door betaling lijfrentepremie
  362. Art. 6.7 Uitbreiding familierechtelijke uitkeringen
  363. Afdeling 6.5 Uitgaven voor specifieke zorgkosten
  364. Art. 6.16 Kring van personen waarvan specifieke zorgkosten in aanmerking worden genomen
  365. Art. 6.17 Uitgaven voor specifieke zorgkosten
  366. Art. 6.18 Beperkingen van uitgaven voor specifieke zorgkosten
  367. Art. 6.19 Verhoging uitgaven voor specifieke zorgkosten
  368. Art. 6.20 Omvang in aanmerking te nemen uitgaven voor specifieke zorgkosten
  369. Afdeling 6.6 Weekenduitgaven voor gehandicapten
  370. Art. 6.25 Definities
  371. Art. 6.26 Het in aanmerking te nemen bedrag
  372. Afdeling 6.9 Aftrekbare giften
  373. Art. 6.32 Aftrekbare giften
  374. Art. 6.33 Definities
  375. Art. 6.34 Periodieke giften
  376. Art. 6.35 Andere giften
  377. Art. 6.36 Afzien van vergoedingen
  378. Art. 6.37 Geen gift
  379. Art. 6.38 Het in aanmerking nemen van periodieke giften
  380. Art. 6.39 Het in aanmerking nemen van andere giften
  381. Art. 6.39a Giften aan culturele instellingen
  382. Afdeling 6.10 Tijdstip aftrek
  383. Art. 6.40 Tijdstip aftrek
  384. Afdeling 7.1 Nederlands inkomen
  385. Art. 7.1 Nederlands inkomen
  386. Afdeling 7.2 Belastbaar inkomen uit werk en woning
  387. Art. 7.2 Belastbaar inkomen uit werk en woning
  388. Art. 7.3 Vrijstelling internationaal verkeer
  389. Art. 7.4 Werkzaamheden buitengaats
  390. Afdeling 7.3 Belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang
  391. Art. 7.5 Belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang
  392. Art. 7.5a Aanpassing vervreemdingsvoordeel bij verplaatsing werkelijke leiding
  393. Art. 7.6 Verkrijgingsprijs aanmerkelijk belang
  394. Afdeling 7.4 Belastbaar inkomen uit sparen en beleggen
  395. Art. 7.7 Belastbaar inkomen uit sparen en beleggen
  396. Afdeling 7.5 Kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen
  397. Art. 7.8 Kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen
  398. Afdeling 8.1 Aansluiting belasting- en premieheffing
  399. Art. 8.1 Definities
  400. Art. 8.2 Bedrag van de standaardheffingskorting
  401. Art. 8.3 Berekening heffingskorting voor de inkomstenbelasting
  402. Art. 8.4 Berekening heffingskorting voor de algemene ouderdomsverzekering
  403. Art. 8.5 Berekening heffingskorting voor de nabestaandenverzekering
  404. Art. 8.6 Berekening heffingskorting voor de verzekering langdurige zorg
  405. Art. 8.7 Bijzondere regels voor de berekening van de heffingskortingen
  406. Art. 8.8 Maximum gecombineerde heffingskorting
  407. Art. 8.9 Verhoging maximum gecombineerde heffingskorting bij minstverdienende partner
  408. Art. 8.9a Bijzondere verhoging heffingskorting voor de inkomstenbelasting voor niet-premieplichtigen
  409. Afdeling 8.2 Elementen van de standaardheffingskorting
  410. Art. 8.10 Algemene heffingskorting
  411. Art. 8.11 Arbeidskorting
  412. Art. 8.14a Inkomensafhankelijke combinatiekorting
  413. Art. 8.16a Jonggehandicaptenkorting
  414. Art. 8.17 Ouderenkorting
  415. Art. 8.18 Alleenstaande ouderenkorting
  416. Art. 8.19 Korting voor groene beleggingen
  417. Art. 8.22 Toeslag voor MKB-beleggingen
  418. Afdeling 9.1 Heffing bij wege van aanslag
  419. Art. 9.1 Heffing bij wege van aanslag of conserverende aanslag
  420. Art. 9.2 Voorheffingen
  421. Art. 9.4 Wel of geen aanslag
  422. Art. 9.4a Beschikking bedrag rendementsgrondslag en beschikking bedrag groen beleggen
  423. Afdeling 9.2 Bijzondere regels
  424. Art. 9.5 Bijzondere regels voor voorlopige aanslagen
  425. Art. 9.5a Bijzondere regels voor voorlopige aanslagen ter zake van belastbaar inkomen uit sparen en beleggen
  426. Art. 9.6 Bijzondere regels voor ambtshalve verminderingen
  427. Art. 9.7 Bijzondere regels voor massaal bezwaar
  428. Afdeling 10.1 Indexering
  429. Art. 10.1 Inflatiecorrectie
  430. Art. 10.2 De tabelcorrectiefactor
  431. Art. 10.2a Jaarlijkse aanpassing correctie tarief grondslagverminderende posten
  432. Art. 10.2b Contractloonontwikkelingscorrectie, percentage jaarruimte en drempelbedrag
  433. Art. 10.3 Bijstelling eigenwoningforfait
  434. Art. 10.5 Afronding en definitie indexcijfer van de woninghuren
  435. Art. 10.6 Indexering vrijstelling kamerverhuur
  436. Art. 10.6bis
  437. Art. 10.6ter Jaarlijkse vervanging percentages forfaitair rendement uit vermogen
  438. Art. 10.6b Indexering inkomensgrens en percentage algemene heffingskorting
  439. Art. 10.7 Indexering inkomensgrenzen en percentages arbeidskorting
  440. Afdeling 10.2 Overige aanvullende regelingen
  441. Art. 10.8 Verstrekken van gegevens en inlichtingen
  442. Art. 10.9 Rechtspersonen met natuurschoonwet-landgoederen
  443. Art. 10.10 Activa in Aruba, Curaçao, Sint Maarten of de BES eilanden
  444. Afdeling 10.3 Experiment pensioenregeling zelfstandigen
  445. Art. 10.11 Experimenteerbepaling pensioenregeling zelfstandigen
  446. Hoofdstuk 10bis Overgangsrecht ten gevolge van Wet herziening fiscale behandeling eigen woning
  447. Art. 10bis.1 Bestaande eigenwoningschuld
  448. Art. 10bis.2 Kapitaalverzekering eigen woning, spaarrekening eigen woning of beleggingsrecht eigen woning
  449. Art. 10bis.2a Verlenging termijn kapitaalverzekering eigen woning
  450. Art. 10bis.2b Overeenkomstige toepassing
  451. Art. 10bis.3 Belastbare inkomsten uit eigen woning
  452. Art. 10bis.4 Voordeel uit kapitaalverzekering eigen woning
  453. Art. 10bis.5 Voordeel uit spaarrekening eigen woning of beleggingsrecht eigen woning
  454. Art. 10bis.6 Vrijstelling kapitaalverzekering eigen woning
  455. Art. 10bis.7 Vrijstelling spaarrekening eigen woning en vrijstelling beleggingsrecht eigen woning
  456. Art. 10bis.8 Omzetting kapitaalverzekering eigen woning, spaarrekening eigen woning of beleggingsrecht eigen woning
  457. Art. 10bis.9 Eigenwoningschuld en eigenwoningreserve
  458. Art. 10bis.10 Aftrekbare kosten eigen woning
  459. Art. 10bis.11 Aftrekbare kosten na eerder gebruik vrijstelling kapitaalverzekering eigen woning, spaarrekening eigen woning of beleggingsrecht eigen woning
  460. Art. 10bis.11a Verzoek gezamenlijk genieten kapitaalverzekering eigen woning, spaarrekening eigen woning of beleggingsrecht eigen woning
  461. Art. 10bis.12 Indexatie
  462. Hoofdstuk 10A Overig overgangsrecht ten gevolge van wijzigingswetten
  463. Art. 10a.1 Overgangsrecht in verband met afschaffing per 1 januari 2006 van premieaftrek voor overbruggingslijfrenten
  464. Art. 10a.2 Overgangsbepaling waardering onderhanden werk en onderhanden opdrachten vanwege invoering artikel 3.29b
  465. Art. 10a.3 Overgangsbepaling afschrijving op bedrijfsmiddelen vanwege wijziging artikel 3.30 en invoering artikel 3.30a
  466. Art. 10a.4 Overgangsbepaling bij artikel 3.20 in verband met de wijziging van artikel 3.20 per 1 januari 2017.
  467. Art. 10a.5 Overgangsrecht in verband met het vervallen van de mogelijkheid dat een natuurlijke persoon als pensioenverzekeraar optreedt
  468. Art. 10a.6 Overgangsbepaling met ingang van 2009 voor de toepassing van artikel 3.107a en artikel 3.137
  469. Art. 10a.7 Overgangsbepaling toerekening afgezonderd particulier vermogen
  470. Art. 10a.9 Overgangsbepaling verliezen op beleggingen in durfkapitaal in verband met het vervallen van afdeling 6.3 per 1 januari 2011
  471. Art. 10a.12 Overgangsrecht tijdelijke oudedagslijfrenten bij verhoging van de AOW-leeftijd
  472. Art. 10a.13 Overgangsbepaling stamrechtspaarrekeningen en stamrechtbeleggingsrechten
  473. Art. 10a.15 Overgangsbepaling nettolijfrente en nettopensioen
  474. Art. 10a.16 Overgangsbepaling scholingsuitgaven studiejaren tot en met het studiejaar 2014/2015
  475. Art. 10a.17 Overgangsbepaling buitenlandse bronbelasting als voorheffing
  476. Art. 10a.18 Overgangsbepaling uitfaseren pensioen in eigen beheer
  477. Art. 10a.19 Overgangsbepaling conserverende aanslagen lijfrente en pensioen
  478. Art. 10a.20 Overgangsbepaling teruggave van of nagekomen betaling ter zake van uitgaven voor monumentenpanden
  479. Art. 10a.21 Overgangsbepaling teruggave van of nagekomen betaling ter zake van scholingsuitgaven
  480. Art. 10a.22
  481. Art. 10a.23 Overgangsbepaling vereisten hypotheekrecht bij fictief regulier voordeel
  482. Art. 10a.24 Overgangsbepaling premie voor beroeps- of bedrijfstakregeling
  483. Art. 10a.25 Overgangsbepaling vermindering jaarruimte in verband met de opbouw van pensioenaanspraken
  484. Art. 10a.26 Overgangsbepaling experimenteerbepaling zelfstandigen
  485. Art. 10a.27 Overgangsbepaling nettopensioen
  486. Art. 10a.28 Overgangsbepaling middelingsregeling
  487. Art. 10a.29 Overgangsbepaling oudedagsreserve
  488. Hoofdstuk 10b Horizonbepaling
  489. Art. 10b.1 Horizonbepaling
  490. Hoofdstuk 11 Slotbepalingen
  491. Art. 11.1 Intrekking van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 en de Wet op de vermogensbelasting 1964
  492. Art. 11.2 Integrale tekstpublicatie en nummering
  493. Art. 11.3 Inwerkingtreding
  494. Art. 11.4 Citeertitel