Regeling vordering contante waarde periodieke verstrekkingen Art. 3Berekening contante waarde
De contante waarde wordt berekend op basis van de formule:
òf, indien de factor L gelijk is aan de factor r:
A = 1,02 * (U V * (1-c) * m + (U L - U V ) * (1 - c L ) * m L )
waarbij:
A = de contante waarde;
m = het aantal maanden waarover de uitkering maximaal zal kunnen worden verstrekt;
m L = het aantal maanden waarover de loondervingsuitkering maximaal zal kunnen worden verstrekt;
c = een correctie op de periode waarover de uitkering wordt verstrekt, op grond van de kans op overlijden en op grond van zogenoemde individuele omstandigheden;
c L = een correctie op de periode waarover de loondervingsuitkering wordt verstrekt, op grond van de kans op overlijden en op grond van zogenoemde individuele omstandigheden;
U V = het bedrag van de vervolguitkering per maand en de daarover aan de verzekerde toekomende vakantie-uitkering met dien verstand dat bij de bepaling van de contante waarde van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld in hoofdstuk 6 van de WAO , deze factor op 0 wordt gesteld;
U L = het bedrag van de loondervingsuitkering per maand en de daarover aan de verzekerde toekomende vakantie-uitkering;
L = het gemiddeld stijgingspercentage van het dagloon, bedoeld in artikel 14 van de WAO of artikel 13 van de Wet WIA , over een periode van een maand;
r = het interestpercentage per maand.
Historique des modifications
- In werking sinds 2005-12-29