Regeling buitenlandse verbindingsofficieren · Regeling buitenlandse verbindingsofficieren
Regeling buitenlandse verbindingsofficieren Art. 5
§ 2 Taakomschrijving
1 Een buitenlandse verbindingsofficier heeft primair tot taak bijstand te verlenen bij: a. de informatie-uitwisseling ten behoeve van de voorkoming en opsporing van strafbare feiten; b. het verzoeken tot de uitvoering van rechtshulp in strafzaken; c. de informatie-uitwisseling ten behoeve van het voorkomen of tegengaan van verstoringen van de openbare orde.
2 Onder deze taak wordt begrepen: a. het verstrekken van informatie uit de zendstaat aan de Nederlandse politie en justitie en overige opsporingsdiensten, voorzover verenigbaar met de wetten en regelingen van de zendstaat; b. het begeleiden van door de zendstaat bij Nederland ingediende rechtshulpverzoeken en het bemiddelen ter bevordering van de uitvoering ervan (inkomende rechtshulpverzoeken).
3 Onder deze taak wordt mede begrepen: a. het in ontvangst nemen en doorgeleiden van Nederlandse informatie aan opsporingsdiensten en -autoriteiten in de zendstaat; b. het begeleiden van Nederlandse rechtshulpverzoeken aan de zendstaat en het bemiddelen ter bevordering van de uitvoering ervan (uitgaande rechtshulpverzoeken).
4 Is in de zendstaat een Nederlandse verbindingsofficier gestationeerd, dan kunnen de taken, bedoeld in het derde lid, tevens geheel of gedeeltelijk door deze persoon worden uitgeoefend.