Beleidsregel voor het plaatsen van windturbines op, in of ov Art. 5De territoriale zee
1 Plaatsing van windturbines in het gemeentelijk ingedeelde deel van de territoriale zee wordt slechts toegestaan op locaties waarvoor geldt dat windturbines: a. geen negatieve invloed hebben op de veiligheid van de kust; b. geen negatieve morfologische ontwikkeling van de bodem veroorzaken; c. geen negatieve effecten op de natuurlijke dynamiek van de bodem hebben; d. niet leiden tot verweking van de bodem; e. geen negatieve invloed hebben op de kustlijnligging; f. het uitvoeren van zandsuppleties en onderwatersuppleties niet in onaanvaardbare mate bemoeilijken; g. niet de veiligheid van het scheepvaartverkeer aantasten.
2 Voor vaarwegen in de territoriale zee is artikel 4 van overeenkomstige toepassing.
Historique des modifications
- In werking sinds 2024-01-01