Regeling eisen praktijkexamens rijbewijscategorieën B en E b Art. 7
De in artikel 3, onder p , bedoelde bijzondere verrichtingen bestaan voor de categorie E bij B uit:
a. het op juiste en veilige wijze in- of uitstappen; b. het in een rechte lijn achteruitrijden tot een aangegeven punt; c. het via een bocht achteruitrijden tot een aangegeven punt; d. het op juiste wijze keren van de voertuigcombinatie met gebruikmaking van een zijstraat; e. het op juiste wijze keren van de voertuigcombinatie door middel van een halve draai binnen een beperkte ruimte; f. de voertuigcombinatie op juiste wijze op een helling tot stilstand brengen en weer optrekken (hellingproef); g. het op juiste wijze beproeven van de remmen; h. het na afloop van de rit uitvoeren van de noodzakelijke controlehandelingen om het voertuig veilig achter te kunnen laten; i. het aan- en afkoppelen van de aanhanger.