Rijksbesluit op de consulaire tarieven · Rijksbesluit op de consulaire tarieven
Rijksbesluit op de consulaire tarieven Art. 1
1 Diensten waarvoor op grond van artikel 2, eerste lid, van de Rijkswet op de consulaire tarieven vergoeding aan Onze Minister is verschuldigd, zijn: a. het afgeven van een grosse van, een afschrift van of een uittreksel uit een akte van de burgerlijke stand; b. het voltrekken van een huwelijk; c. het opmaken van een notariële akte; d. het afgeven van een grosse van, een afschrift van, of een uittreksel uit een notariële akte; e. handelingen van vrijwillige rechtspraak; f. het horen of ondervragen van een getuige of deskundige in een burgerlijke zaak op last van de rechter in het Koninkrijk, daaronder begrepen het opmaken van een proces-verbaal; g. het opmaken van een laissez-passer voor een stoffelijk overschot of een certificaat ter begeleiding van een urn; h. het opmaken van een consulaire verklaring omtrent een persoon betreffende gegevens die tot bewijs strekken; i. het bemiddelen bij het oplossen van financiële en andere de belanghebbende betreffende problemen die verband houden met het verblijf in het buitenland; j. het verlenen van een rijksvoorschot; k. het bemiddelen bij een onderzoek naar het welzijn van een persoon, daaronder begrepen een onderzoek in geval van vermissing; l. het bemiddelen bij het achterhalen van of het doen van onderzoek naar een adres; m. het verifiëren van een document of een persoonsgegeven; n. het bemiddelen bij het doen verifiëren van een document of een persoonsgegeven; o. het legaliseren van een document; p. het bemiddelen bij het legaliseren van een document; q. het legaliseren van een handtekening; r. het bemiddelen bij het verkrijgen van een document; s. het behandelen van een aanvraag om een visum; t. het bemiddelen bij het aanvragen van een visum; u. het bemiddelen bij het afleggen van een examen; v. het bemiddelen bij een geneeskundig onderzoek; w. het uitvoeren van een bijzondere opdracht; en x. andere bij regeling van Onze Minister aangeduide diensten.
2 Bij regeling van Onze Minister kunnen de in het eerste lid aangeduide diensten nader worden omschreven en onderverdeeld in afzonderlijke diensten.
3 Bij regeling van Onze Minister wordt de vergoeding vastgesteld die is verschuldigd voor de bij of krachtens het eerste en het tweede lid aangeduide diensten.