Overleveringswet · Overleveringswet
Overleveringswet Art. 34
§ D Voortgezette vrijheidsbeneming en feitelijke overlevering
1 De voortgezette vrijheidsbeneming kan telkens worden verlengd met ten hoogste dertig dagen indien: a. ook de uitlevering is gevraagd of de overlevering door het Internationaal Strafhof of een ander internationaal tribunaal, en Onze Minister nog niet op die verzoeken heeft beslist; b. de overlevering wel is toegestaan, maar de feitelijke overlevering niet binnen de gestelde termijn heeft kunnen plaatshebben en voor zover artikel 35, tweede of derde lid , of artikel 36, eerste lid , daartoe noodzaakt.
2 De opgeëiste persoon wordt in de gelegenheid gesteld op de vordering tot verlenging te worden gehoord.
Historique des modifications
- In werking sinds 2024-10-01