Regeling Wet kinderopvang · Regeling Wet kinderopvang
Regeling Wet kinderopvang Art. 9aaTaaleisen meertalige kinderopvang
Paragraaf 2 Opleidingseisen, kwalificatie eerste hulp aan kinderen en inzet beroepskrachten in opleiding en stagiairs in de buitenschoolse opvang
De houder van een kindercentrum beschikt over een bewijsstuk waaruit blijkt dat de Duits-, Engels- of Franssprekende beroepskracht meertalige kinderopvang:
a. de desbetreffende taal voor de deelvaardigheden gesprekken voeren, luisteren en spreken beheerst op niveau B2 van het Europees Referentiekader voor Talen, waarbij de deelvaardigheden afzonderlijk positief zijn beoordeeld; b. de desbetreffende taal beheerst op ten minste niveau C1 van het Europees Referentiekader voor Talen; c. een erkenning heeft als bedoeld in artikel 2 van de Regeling erkenning EU-beroepskwalificaties kinderopvangpersoneel ten aanzien van diens beroepskwalificaties in de desbetreffende taal, behaald in een land dat het Duits, Engels of Frans als officiële voertaal bezigt; d. op 31 januari 2024 voldeed aan de opleidingseisen, genoemd in artikel 9a, tweede lid , van de Regeling Wet kinderopvang, zoals die luidde op deze datum; of e. op 31 januari 2024 voldeed aan de opleidingseisen, genoemd in artikel 4, tweede lid, onderdeel c, van het Tijdelijke besluit experiment meertalige dagopvang en meertalig peuterspeelzaalwerk .
Historique des modifications
- In werking sinds 2024-06-28