Uitvoeringswet grondkamers · Uitvoeringswet grondkamers
Uitvoeringswet grondkamers Art. 2
Hoofdstuk 1 Samenstelling en werkwijze van de grondkamers en van de centrale grondkamer
1 De grondkamer bestaat uit een voorzitter en ten minste vier en ten hoogste twaalf leden. Zij wordt bijgestaan door een secretaris.
2 Er kunnen een plaatsvervangende voorzitter, plaatsvervangende leden en een of meer plaatsvervangende secretarissen worden benoemd.
3 Bij verhindering of ontstentenis van de voorzitter of van de plaatsvervangende voorzitter treedt het oudste lid als waarnemend voorzitter op.