Regeling aanwijzing bewerker en mandaat register beëdigde to Art. 3
§ 3 Mandaat en machtiging raad
1 Aan de raad wordt mandaat en machtiging verleend ten aanzien van de aan de Minister toekomende bevoegdheden en handelingen betreffende de aangelegenheden, bedoeld in de Wet en het Besluit , met uitzondering van de bevoegdheden en handelingen, bedoeld in de artikelen 2, tweede lid , 4, vijfde lid , 16, vierde lid , 28, tweede lid , en 34 van de Wet en artikelen 7, vierde lid , 9 tweede lid en 12 van het Besluit . Aan de Raad wordt tevens mandaat verleend tot het vaststellen van beleidsregels met betrekking tot de hiervoor verleende bevoegdheden.
2 Het krachtens het eerste lid verleende mandaat en de machtiging kunnen verder worden doorgegeven aan onder de raad ressorterende functionarissen.
Historique des modifications
- In werking sinds 2011-01-20