Mediawet 2008 Art. 2.26
Afdeling 2.2.2 Omroeporganisaties
1 Voor een voorlopige erkenning komt slechts in aanmerking een omroepvereniging die: a. in de voorafgaande erkenningperiode geen erkenning of voorlopige erkenning had en niet vertegenwoordigd was in een samenwerkingsomroep die in die periode een erkenning had; b. ten minste 50.000 leden heeft; c. op 31 december van het jaar voorafgaand aan dat waarin die erkenning ingaat, een reserve als bedoeld in artikel 2.174a, eerste lid , heeft waarvan het saldo nihil of positief is; d. zich naar stroming als bedoeld in artikel 2.24, eerste lid, onderdeel c , en naar voorgenomen media-aanbod wat betreft genre, inhoud en doelgroepen zodanig onderscheidt van de omroeporganisaties, bedoeld in artikel 2.25 , dat de verscheidenheid van het media-aanbod van de landelijke publieke mediadienst wordt vergroot en een vernieuwende bijdrage wordt geleverd aan de uitvoering van de publieke mediaopdracht op landelijk niveau; e. de voorschriften met betrekking tot ledenwerving, bedoeld in artikel 2.137 , in acht heeft genomen; f. de verzorging van haar media-aanbod opdraagt aan de NTR of een omroeporganisatie die een erkenning als bedoeld in artikel 2.23, eerste lid , heeft verkregen en waarmee zij overeenstemming heeft bereikt; en g. voldoet aan de artikelen 2.142a, eerste en tweede lid , en 2.178, eerste en tweede lid .
2 Artikel 2.25, tweede lid , is van toepassing.
Historique des modifications
- In werking sinds 2014-07-01