Mediawet 2008 Art. 2.30
Afdeling 2.2.2 Omroeporganisaties
1 Een aanvraag voor een erkenning of voorlopige erkenning bevat de statuten van de aanvrager en een beleidsplan.
2 Het beleidsplan is afgestemd op het concessiebeleidsplan voor dezelfde periode en bevat in elk geval: a. het voorgenomen beleid ten aanzien van het media-aanbod, met in achtneming van de bij of krachtens deze wet gestelde verplichtingen voor het media-aanbod van de landelijk publieke mediadienst, waarbij wordt aangegeven waaruit binding in de samenleving met de missie en identiteit van de omroeporganisatie blijkt anders dan uit het ledenaantal; b. de voornemens en afspraken over samenwerking ten behoeve van de landelijke publieke mediadienst met andere aanvragers van een erkenning of een voorlopige erkenning, de NPO, de NOS of de NTR; en c. voor zover het betreft het beleidsplan van een aanvrager van een voorlopige erkenning, de voornemens en afspraken over de wijze waarop zijn verantwoordelijkheid, bedoeld in artikel 2.88, eerste lid , in de samenwerking met de NTR of een omroeporganisatie, bedoeld in artikel 2.26, eerste lid, onderdeel f , is gewaarborgd.
3 Het deel van het beleidsplan dat betrekking heeft op samenwerking kan door de desbetreffende aanvragers gezamenlijk worden ingediend.
4 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over: a. het tijdstip en de wijze van indiening van een aanvraag; b. de inrichting van een aanvraag en het beleidsplan; en c. de termijn en wijze waarop een besluit op een aanvraag wordt genomen.
5 Aangaande eenzelfde omroepvereniging kan slechts een aanvraag worden toegewezen.
Historique des modifications
- In werking sinds 2021-01-01