Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen Art. 12
§ 2 Aanleg, inrichting, uitrusting en gebruik van de luchthaven
De exploitant draagt er zorg voor dat de aanleg, de inrichting, de uitrusting en het gebruik van een luchthaven niet leiden tot:
a. verstoring van de goede werking van de ten behoeve van de luchthaven aanwezige communicatie-, navigatie- en radarapparatuur; b. zog-turbulenties of wervelstraten die de veiligheid van het vliegverkeer verstoren; c. een belemmering van het zicht van de luchtverkeersleiding vanuit de verkeerstoren.
Historique des modifications
- In werking sinds 2012-07-24