Regeling meldings- en informatieplicht vervoer gevaarlijke s Art. 7
Hoofdstuk 3 Informatie geven aan hulpverlenende instanties
1 De houder van het desbetreffende luchtvaartuig verstrekt in de in artikel 6 genoemde gevallen tenminste de volgende informatie over de vervoerde gevaarlijke stoffen: a. de klasse en voor zover van toepassing de divisie van de gevaarlijke stof alsmede het secundair risico van die stof; b. het UN-nummer, zoals aangegeven in Deel 3, Hoofdstuk 2, tabel 3.1, van de Technische Voorschriften; c. de hoeveelheid van de desbetreffende stof of stoffen aan boord van het luchtvaartuig; d. de locatie van de desbetreffende stof of stoffen aan boord van het vliegtuig.
2 De in het eerste lid bedoelde informatie kan worden gegeven door overhandiging van een duidelijk leesbare NOTOC betreffende de lading, of een afschrift daarvan.