Rijkswet openbare ministeries van Curaçao, van Sint Maarten Art. 21
Hoofdstuk 4 Rechtspositionele aspecten
1 Een lid van het openbaar ministerie wordt ontslagen: a. op eigen verzoek; b. met ingang van de eerste dag van de maand volgende op die waarin hij de leeftijd van vijfenzestig jaar heeft bereikt; c. indien hij een ambt of betrekking aanvaardt bedoeld in artikel 18, vijfde lid ; d. bij het verlies van het Nederlanderschap; e. bij gebleken ongeschiktheid voor de functie, anders dan wegens ziekte of gebreken.
2 In de gevallen, bedoeld in het eerste lid onder a en b, wordt het ontslag eervol verleend.
3 In het geval bedoeld in het eerste lid, onder c, kan het ontslag eervol worden verleend.