Rijkswet Raad voor de rechtshandhaving · Rijkswet Raad voor de rechtshandhaving
Rijkswet Raad voor de rechtshandhaving Art. 10
§ 1 De Raad en zijn leden
Aan een lid van de Raad wordt ontslag verleend:
a. op zijn verzoek uiterlijk met ingang van de eerste dag van de derde kalendermaand van de dag waarop Onze Minister het verzoek om ontslag heeft ontvangen; b. bij het bereiken van de leeftijd van 70 jaar; c. indien hij uit hoofde van ziekte of gebrek blijvend ongeschikt is zijn functie te vervullen; d. bij aanvaarding van een betrekking als bedoeld in artikel 8, derde lid ; e. bij het verlies van het Nederlanderschap; f. indien hij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel hem bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft; g. indien hij ingevolge onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surseance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld; h. indien hij naar het oordeel van Onze Ministers door handelen of nalaten ernstig nadeel toebrengt aan het in hem te stellen vertrouwen.