Rijkswet Raad voor de rechtshandhaving · Rijkswet Raad voor de rechtshandhaving
Rijkswet Raad voor de rechtshandhaving Art. 28
§ 2 Bevoegdheden van de Raad
1 Een ieder is verplicht aan de Raad binnen de door hem gestelde redelijke termijn alle medewerking te verlenen die deze redelijkerwijs kan vorderen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden.
2 Zij die uit hoofde van hun ambt, beroep of wettelijk voorschrift verplicht zijn tot geheimhouding, kunnen het verlenen van medewerking weigeren, voor zover dit uit hun geheimhoudingsplicht voortvloeit.