Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba Art. 96
Afdeling V De gezamenlijke rekenkamer
1 De gezamenlijke rekenkamer bestaat uit drie leden.
2 Elke eilandsraad benoemt één lid van de gezamenlijke rekenkamer voor de duur van zes jaar
3 De eilandsraad kan voor het lid dat hij heeft benoemd een plaatsvervangend lid benoemen. Deze afdeling is op plaatsvervangende leden van overeenkomstige toepassing.
4 De eilandsraad kan een lid herbenoemen.
5 Voorafgaand aan de benoemingen, bedoeld in het tweede tot en met het vierde lid, pleegt de eilandsraad overleg met de gezamenlijke rekenkamer.
6 Een lid van de gezamenlijke rekenkamer wordt door de eilandsraad die hem heeft benoemd, ontslagen: a. op eigen verzoek; b. bij de aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met het lidmaatschap; c. indien hij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel hem bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft; d. indien hij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surséance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld.
7 Een lid van de gezamenlijke rekenkamer kan door de eilandsraad die hem heeft benoemd, worden ontslagen: a. indien hij door ziekte of gebreken blijvend ongeschikt is zijn functie te vervullen; b. indien hij handelt in strijd met artikel 101 .