Arbeidswet 2000 BES · Arbeidswet 2000 BES
Arbeidswet 2000 BES Art. 5
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
De ouder of de voogd van het kind dat of de jeugdige die onder zijn ouderlijke macht respectievelijk voogdij staat, dan wel het hoofd van het gezin, waarin het kind of de jeugdige wordt opgevoed, zorgt ervoor dat het betreffende kind of de betreffende jeugdige geen arbeid verricht die bij of krachtens deze wet wordt verboden.