Reclasseringsbesluit 1953 BES · Reclasseringsbesluit 1953 BES
Reclasseringsbesluit 1953 BES Art. 38
Hoofdstuk V Uitvoeringsbepalingen voorwaardelijke invrijheidstelling
Onze Minister ontvangt van het openbaar ministerie onverwijld kennis van:
a. elke vrijheidsbeneming van een voorwaardelijke in vrijheid gestelde gedurende de proeftijd en de daarop volgende drie maanden door het daartoe bevoegde gezag; b. elke onherroepelijk geworden uitspraak, waarbij ten aanzien van een voorwaardelijk invrijheidgestelde bewezen wordt verklaard, dat hij tijdens zijn proeftijd een strafbaar feit heeft begaan; c. elke andere omstandigheid betreffende de voorwaardelijk invrijheidgestelde, die van belang kan zijn voor het uit te oefenen toezicht en eventuele schorsing of herroeping der voorwaardelijke invrijheidstelling.