Wet administratieve rechtspraak BES · Wet administratieve rechtspraak BES
Wet administratieve rechtspraak BES Art. 79
§ 1 Vereenvoudigde behandeling
1 Het Gerecht kan onmiddellijk uitspraak doen indien het kennelijk onbevoegd is, het beroep kennelijk niet ontvankelijk is, dan wel het beroep kennelijk niet-ontvankelijk, dan wel verdere behandeling van het beroepschrift hem niet nodig voorkomt, omdat: a. het verzoek kennelijk ongegrond is; b. de bestreden beschikking kennelijk niet in stand kan blijven; c. de bestreden beschikking door het bevoegde bestuursorgaan is ingetrokken of gewijzigd, en daarmee kennelijk aan de bezwaren van de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen.
2 Op de uitspraak, bedoeld in het eerste lid, zijn de artikelen 49 tot en met 53 van overeenkomstige toepassing. Partijen wordt gewezen op artikel 80, eerste lid .
3 Indien het betreft een beroep, bedoeld in artikel 8 , wordt de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid uitgeoefend door de voorzitter van de meervoudige kamer van het Gerecht.
4 Het eerste, tweede en derde lid alsmede artikel 80 zijn van overeenkomstige toepassing in het kader van hoger beroep, bedoeld in artikel 75 . Alsdan wordt de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid uitgeoefend door de voorzitter van het Hof.