Wet op de geneesmiddelenvoorziening BES · Wet op de geneesmiddelenvoorziening BES
Wet op de geneesmiddelenvoorziening BES Art. 25
Hoofdstuk V De apothekers-assistenten en -leerlingen
1 De apotheker kan zich doen bijstaan door een of meer apothekers-assistenten, die onverminderd het bepaalde in het eerste lid van artikel 14 verantwoordelijk zijn voor hetgeen door hen in de uitoefening van hun beroep wordt gedaan of nagelaten.
2 Hij, die de hoedanigheid van apothekers-assistent bezit, mag van zijn bevoegdheid tot uitoefening van de artsenijbereidkunde geen gebruik maken, voordat hij op zijn verzoek door de Inspecteur in het register der apothekers-assistenten, die de artsenijbereidkunde uitoefenen, is ingeschreven.
3 Bij een verzoek om inschrijving moet door de verzoeker het bewijs van zijn hoedanigheid van apothekers-assistent worden overgelegd. Van de inschrijving wordt aantekening gedaan op het bewijs van bevoegdheid.
4 Wanneer een apothekers-assistent in een apotheek aangenomen of daaruit ontslagen is, geeft de apotheker daarvan terstond kennis aan de Inspecteur.
5 Het bepaalde in de artikelen 7 lid 3 en 9 lid l onder a. en c . is van overeenkomstige toepassing.