Besluit opleiding en examens administratieve ambtenaren bela Art. 18
§ B Het Examenreglement
1 Het schriftelijk werk wordt onder voortdurend toezicht gemaakt.
2 De voorzitter wijst een of meer leden van de examencommissie aan om dit toezicht uit te oefenen.
3 Het schriftelijke werk wordt door alle kandidaten, die deelnemen aan eenzelfde examen, gelijktijdig gemaakt.
4 Het gebruik van andere dan door de examencommissie voorgeschreven hulpmiddelen is daarbij verboden.
5 Zij, die zich aan enig bedrog bij het examen schuldig maken, worden door de voorzitter van de verdere deelneming van het examen uitgesloten.
6 Het schriftelijke werk wordt op een door de voorzitter belegde vergadering, vóór het begin van het mondeling examen, nagezien en beoordeeld.