Rijksbesluit rechtspositie Gemeenschappelijk Hof van Justiti Art. 29
Paragraaf 2 Functionerings- en beoordelingsgesprekken
1 Een schriftelijke beoordeling wordt opgemaakt indien: a. een rechter hierom verzoekt; b. het functioneren van een rechter hiertoe aanleiding geeft.
2 Een beoordelingsgesprek dat wordt gevoerd op grond van artikel 28, zesde lid , wordt gevoerd door de president.
3 Een beoordelingsgesprek dat op grond van het eerste lid, onderdeel b, wordt gevoerd, vindt niet eerder plaats dan drie maanden nadat een functioneringsgesprek met de betrokken rechter heeft plaatsgevonden.
4 Ten aanzien van het opmaken van de beoordeling en het voeren van een beoordelingsgesprek zijn de leden 2, 3 en 5, van artikel 28 , van overeenkomstige toepassing.